Dutch Legislation

Article 11.11

in force

Bescherming van persoonsgegevens en de persoonlijke levenssfeer

Telecommunications Act · Chapter 11 · In force since 2004-05-19

Source
1.

A subscriber who is subjected to nuisance or malicious calls, where the provision of the number of the calling network termination point has been blocked, may request the provider of a public electronic communications network or a public electronic communications service to provide the number of the calling subscriber and the available related name, address, postal code, and residence data.

2.

A petition as referred to in the first paragraph shall satisfy the following requirements:

a.

The petition shall be in writing and shall contain the name, address, postal code and place of residence details of the petitioner as well as the number to which the calls relate, and

b.

The petition contains an indication of the dates and times at which the relevant calls took place.

3.

The petitioner shall inform the provider without delay regarding nuisance or malicious calls that have taken place after the submission of the petition referred to in the first paragraph.

4.

Following the petition, the provider shall conduct an investigation in order to determine whether the provision of the data referred to in the first paragraph should be proceeded with.

5.

If, during the investigation, it appears that the calling number belongs to a subscriber of another provider, the provider concerned shall, upon a request to that effect from the provider charged with the investigation, cooperate with the investigation and, if the investigation gives cause to do so, provide the available name, address, postal code, and place of residence data relating to the calling number to the provider charged with the investigation.

6.

The provider shall notify the subscriber, whose data is concerned, of the provision of data to a petitioner.

7.

Further rules may be laid down by Order in Council with regard to:

a.

the investigation referred to in the fourth paragraph;

b.

the provision of data, as referred to in the fourth paragraph;

c.

the obligation to cooperate, as referred to in the fifth paragraph;

d.

the notification of the provision of the data, as referred to in the sixth paragraph.

1.

Een abonnee die last heeft van hinderlijke of kwaadwillige oproepen, waarbij de verstrekking van het nummer van het oproepende netwerkaansluitpunt is geblokkeerd, kan aan de aanbieder van een openbaar elektronisch communicatienetwerk of van een openbare elektronische communicatiedienst verzoeken om het nummer van de oproepende abonnee en de beschikbare daarop betrekking hebbende naam-, adres-, postcode- en woonplaatsgegevens, te verstrekken.

2.

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid voldoet aan de volgende vereisten:

a.

het verzoek is schriftelijk en bevat de naam-, adres-, postcode- en woonplaatsgegevens van de verzoeker alsmede het nummer waarop de oproepen betrekking hebben, en

b.

het verzoek bevat een indicatie van de data en tijdstippen waarop de desbetreffende oproepen hebben plaatsgevonden.

3.

De verzoeker informeert de aanbieder onverwijld omtrent hinderlijke of kwaadwillige oproepen, die plaats hebben gevonden na indiening van het verzoek, bedoeld in het eerste lid.

4.

De aanbieder stelt naar aanleiding van het verzoek een onderzoek in, teneinde vast te stellen of tot verstrekking van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, dient te worden overgegaan.

5.

Indien bij het onderzoek blijkt dat het oproepende nummer toebehoort aan een abonnee van een andere aanbieder, verleent de desbetreffende aanbieder op een daartoe strekkend verzoek van de met het onderzoek belaste aanbieder medewerking aan het onderzoek en verstrekt, indien het onderzoek daartoe aanleiding geeft, de beschikbare op het oproepende nummer betrekking hebbende naam-, adres-, postcode- en woonplaatsgegevens aan de aanbieder die met het onderzoek belast is.

6.

Van de gegevensverstrekking aan een verzoeker wordt door de aanbieder mededeling gedaan aan de abonnee, wiens gegevens het betreft.

7.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:

a.

het onderzoek, bedoeld in het vierde lid;

b.

de gegevensverstrekking, bedoeld in het vierde lid;

c.

de medewerkingsverplichting, bedoeld in het vijfde lid;

d.

de kennisgeving van de verstrekking van de gegevens, bedoeld in het zesde lid.