Dutch Legislation

Article 10.16

in force

Uitrusting en radioapparaten

Telecommunications Act · Chapter 10 · In force since 2016-12-28

Source
1.

Our Minister may, by way of derogation from Article 10.15, paragraph 1, grant a permit for the installation of radio equipment without the holder having been granted a permit for the use of frequency space. A permit may be granted subject to restrictions. Regulations may be attached to a permit.

2.

The permit may be refused if:

a.

there is a serious suspicion that the permit will be misused;

b.

a previously granted permit has been revoked due to a violation of the rules established by or pursuant to this Act, or of the conditions attached to the permit;

c.

the petition does not comply with the rules laid down by or pursuant to this Act, or

d.

the applicant, in the opinion of Our Minister, does not have a legitimate interest in the granting of the permit.

3.

The permit may be revoked if:

a.

the holder of the permit fails to comply with the rules laid down by or pursuant to this Act, or with the regulations or restrictions attached to the permit, or

b.

The grounds upon which the permit was granted have ceased to exist.

1.

Onze Minister kan, in afwijking van artikel 10.15, eerste lid, een vergunning verlenen voor het aanleggen van radioapparaten zonder dat aan de houder een vergunning is verleend voor gebruik van frequentieruimte. Een vergunning kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden.

2.

De vergunning kan worden geweigerd, indien:

a.

het ernstige vermoeden bestaat dat de vergunning zal worden misbruikt;

b.

een eerder verleende vergunning is ingetrokken wegens overtreding van de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel van de aan de vergunning verbonden voorschriften;

c.

de aanvraag niet voldoet aan de bij of krachtens deze wet gestelde regels, of

d.

de aanvrager naar het oordeel van Onze Minister geen gerechtvaardigd belang heeft bij verlening van de vergunning.

3.

De vergunning kan worden ingetrokken, indien:

a.

de houder van de vergunning de bij of krachtens deze wet gestelde regels dan wel de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet nakomt, of

b.

de gronden waarop de vergunning is verleend zijn vervallen.