Dutch Legislation

Article 632

in force

Of legal proceedings in matters of means of transport and carriage · General provisions

Code of Civil Procedure (Rv) — Book 3 · Title 1 · Section 1 · In force since 2017-01-01

Source
1.

A petition for authorisation to sell received goods shall be decided upon by the relief judge of the court within whose jurisdiction the goods are located. The petitioner is obliged to state in his petition the manner or manners in which the goods may be sold. If the petition is based on the first paragraph of Articles 491 or 957 of Book 8 of the Civil Code, the petition shall be decided upon by the relief judge of the Rotterdam court.

2.

The interim relief judge of the court shall, at the petition of the most diligent party, determine in its order that, and if so, in what manner the proceeds of the sold goods or a part thereof shall serve as security for claims of the carrier that have not yet been established.

1.

Op een verzoek tot machtiging ten vervoer ontvangen zaken te verkopen wordt beslist door de voorzieningenrechter van de rechtbank, binnen welker rechtsgebied de zaken zich bevinden. De verzoeker is verplicht bij zijn verzoek aan te geven op welke wijze of wijzen de zaken kunnen worden verkocht. Indien het verzoek gegrond is op het eerste lid van de artikelen 491 of 957 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt op het verzoek beslist door de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.

2.

De voorzieningenrechter van de rechtbank zal op verzoek van de meest gerede partij in zijn beschikking bepalen dat, en zo ja, op welke wijze de opbrengst van het verkochte of een gedeelte daarvan zal strekken tot zekerheid voor nog niet vaststaande vorderingen van de vervoerder.