Article 2
in forceGENERAL PROVISIONS
For the purposes of this Directive:
(a) ‘third-country national’ means any person who is not a citizen of the Union within the meaning of Article 17(1) of the Treaty;
(b) ‘highly qualified employment’ means the employment of a person who: — in the Member State concerned, is protected as an employee under national employment law and/or in accordance with national practice, irrespective of the legal relationship, for the purpose of exercising genuine and effective work for, or under the direction of, someone else, — is paid, and, — has the required adequate and specific competence, as proven by higher professional qualifications,
— in the Member State concerned, is protected as an employee under national employment law and/or in accordance with national practice, irrespective of the legal relationship, for the purpose of exercising genuine and effective work for, or under the direction of, someone else,
— is paid, and,
— has the required adequate and specific competence, as proven by higher professional qualifications,
(c) ‘EU Blue Card’ means the authorisation bearing the term ‘EU Blue Card’ entitling its holder to reside and work in the territory of a Member State under the terms of this Directive;
(d) ‘first Member State’ means the Member State which first grants a third-country national an ‘EU Blue Card’;
(e) ‘second Member State’ means any Member State other than the first Member State;
(f) ‘family members’ means third-country nationals as defined in Article 4(1) of Directive 2003/86/EC;
(g) ‘higher professional qualifications’ means qualifications attested by evidence of higher education qualifications or, by way of derogation, when provided for by national law, attested by at least five years of professional experience of a level comparable to higher education qualifications and which is relevant in the profession or sector specified in the work contract or binding job offer;
(h) ‘higher education qualification’ means any diploma, certificate or other evidence of formal qualifications issued by a competent authority attesting the successful completion of a post-secondary higher education programme, namely a set of courses provided by an educational establishment recognised as a higher education institution by the State in which it is situated. For the purposes of this Directive, a higher education qualification shall be taken into account, on condition that the studies needed to acquire it lasted at least three years;
(i) ‘professional experience’ means the actual and lawful pursuit of the profession concerned;
(j) ‘regulated profession’ means a regulated profession as defined in Article 3(1)(a) of Directive 2005/36/EC.
In deze richtlijn wordt verstaan onder
a) „onderdaan van een derde land”, eenieder die geen burger van de Unie is in de zin van artikel 17, lid 1, van het Verdrag;
b) „hooggekwalificeerde baan”, baan van iemand die; — in de betrokken lidstaat, als werknemer bescherming geniet uit hoofde van de nationale arbeidswetgeving en/of van de nationale praktijk, ongeacht de juridische verhouding, voor het verrichten van reële en daadwerkelijke arbeid, die voor of onder leiding van iemand anders wordt verricht, — tegen betaling werkt, en — beschikt over de benodigde adequate en bijzondere vaardigheden, die blijken uit hogere beroepskwalificaties;
— in de betrokken lidstaat, als werknemer bescherming geniet uit hoofde van de nationale arbeidswetgeving en/of van de nationale praktijk, ongeacht de juridische verhouding, voor het verrichten van reële en daadwerkelijke arbeid, die voor of onder leiding van iemand anders wordt verricht,
— tegen betaling werkt, en
— beschikt over de benodigde adequate en bijzondere vaardigheden, die blijken uit hogere beroepskwalificaties;
c) „Europese blauwe kaart”, de vergunning getiteld „Europese blauwe kaart”, die de houder het recht geeft op het grondgebied van een lidstaat te verblijven en te werken volgens de voorwaarden van deze richtlijn;
d) „eerste lidstaat”, de lidstaat die als eerste een Europese blauwe kaart heeft uitgereikt aan een onderdaan van een derde land;
e) „tweede lidstaat”, elke andere lidstaat dan de eerste lidstaat;
f) „gezinsleden”, onderdanen van derde landen in de zin van artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2003/86/EG;
g) „hogere beroepskwalificaties”, kwalificaties die worden gestaafd door een getuigschrift van hoger onderwijs of, bij wijze van afwijking, indien de nationale wetgeving daarin voorziet, door ten minste vijf jaar beroepservaring die vergelijkbaar is met het niveau van getuigschriften van hoger onderwijs en die relevant is in het beroep of de sector zoals gespecificeerd in de arbeidsovereenkomst of het bindende aanbod van een baan;
h) „getuigschrift van hoger onderwijs”, een door een bevoegde instantie afgegeven diploma, certificaat of andere opleidingstitel, waaruit blijkt dat de houder met succes een postsecundair hogeronderwijsprogramma heeft gevolgd, bestaande uit een reeks cursussen die worden aangeboden door een onderwijsinstelling die in de staat waarin zij is gevestigd, wordt erkend als hogeronderwijsinstelling. In het kader van deze richtlijn wordt met dit getuigschrift rekening gehouden mits de studie die ervoor gevolgd moet worden, ten minste drie jaar duurt;
i) „beroepservaring”, de daadwerkelijke en geoorloofde uitoefening van het betrokken beroep;
j) „gereglementeerd beroep”, gereglementeerd beroep in de zin van artikel 3, lid 1, onder a), van Richtlijn 2005/36/EG.