Dutch Legislation

Article 49

in force

(Involuntary) medical treatment

Juvenile Institutions Regulation · Chapter 8 · In force since 2013-07-01

Source
1.

In the event of an a- or b-compulsory treatment, the medical treatment plan shall also include:

a.

which less intrusive measures have been employed to remove or avert the danger that the mental disorder causes the minor to pose; and

b.

the manner in which the preferences of the minor and, if the minor has not yet reached the age of sixteen, those of his parents or guardian, stepparent or foster parents regarding the treatment are taken into account.

2.

The part of the medical treatment plan regarding which no agreement can be reached with the minor or, if the minor has not yet reached the age of sixteen, his parents or guardian, stepparent or foster parents, shall only be determined by a psychiatrist after a multidisciplinary consultation has taken place in which at least a psychiatrist, a psychologist and a nurse have participated.

3.

In the event of compulsory treatment (a-dwangbehandeling), the statements of the psychiatrists, as referred to in Article 51e, paragraph 2, of the Act, shall be included in the consultation referred to in the second paragraph.

1.

In geval van een a- of b-dwangbehandeling wordt in het geneeskundig behandelingsplan eveneens opgenomen:

a.

welke minder bezwarende middelen zijn aangewend om het gevaar dat de stoornis van de geestvermogens de jeugdige doet veroorzaken weg te nemen dan wel af te wenden; en

b.

de wijze waarop rekening wordt gehouden met de voorkeuren van de jeugdige en indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders ten aanzien van de behandeling.

2.

Het deel van het geneeskundig behandelingsplan waarover geen overeenstemming kan worden bereikt met de jeugdige of indien de jeugdige de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt zijn ouders of voogd, stiefouder of pleegouders, wordt slechts vastgesteld door een psychiater nadat een multidisciplinair overleg heeft plaatsgehad waaraan in ieder geval een psychiater, een psycholoog en een verpleegkundige hebben deelgenomen.

3.

Ingeval van a-dwangbehandeling worden de verklaringen van de psychiaters, bedoeld in artikel 51e, tweede lid, van de wet, bij het in het tweede lid bedoelde overleg betrokken.