Dutch Legislation

Article 32

in force

Leave

Juvenile Institutions Regulation · Chapter 6 · In force since 2001-09-01

Source
1.

Incidental leave may be granted to the juvenile in connection with unexpected events or circumstances in the personal life of the juvenile where his presence is necessary.

2.

Events or circumstances as referred to in the first paragraph include, among others:

a.

the life-threatening condition of a close relation,

b.

the death or the funeral of a close relation,

c.

the inability to travel to the institution of a relationship,

d.

the birth of the child of the partner.

3.

By way of incidental leave, it may be permitted for the juvenile to pay a visit to an incarcerated relation.

4.

Incidental leave may furthermore be granted for the purpose of participating in an examination that cannot be taken within the institution or, in preparation for release, for the purpose of arranging practical matters outside the institution.

5.

The director shall determine the duration of the incidental leave. This duration shall not exceed three twenty-four-hour periods. The director may grant incidental leave multiple times on the basis of the same event.

1.

Aan de jeugdige kan incidenteel verlof worden verleend in verband met onverwachte gebeurtenissen of omstandigheden in de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige waarbij zijn aanwezigheid noodzakelijk is.

2.

Gebeurtenissen of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid zijn onder andere:

a.

het in levensgevaar verkeren van een relatie,

b.

het overlijden of de begrafenis van een relatie,

c.

het niet in staat zijn om naar de inrichting te reizen van een relatie,

d.

de bevalling van de partner.

3.

Bij wijze van incidenteel verlof kan worden toegestaan dat de jeugdige een bezoek brengt aan een gedetineerde relatie.

4.

Incidenteel verlof kan voorts worden verleend met het oog op de deelname aan een examen dat niet in de inrichting kan worden afgenomen of, ter voorbereiding op de invrijheidstelling, met het oog op de regeling van praktische zaken buiten de inrichting.

5.

De directeur bepaalt de duur van het incidenteel verlof. Deze duur is niet langer dan drie etmalen. Op grond van dezelfde gebeurtenis kan de directeur meermalen incidenteel verlof toekennen.