Dutch Legislation

Article 2

in force

Education and training programme

Juvenile Institutions Regulation · Chapter 2 · In force since 2001-09-01

Source
1.

A schooling and training programme comprises a minimum of 26 hours per week of activities in which the participant in that schooling and training programme participates.

2.

The activities within an education and training programme are aimed at:

a.

the acquisition of certain social skills,

b.

the provision of education,

c.

increasing the chances of employment after the end of the custodial sentence or the custodial measure,

d.

the provision of specialized care to the participant, such as addiction care, mental health care, or care for the intellectually disabled,

e.

the filling of leisure time, or

f.

give effect in another manner to the implementation of the custodial sentence or the custodial measure, while maintaining the character thereof, to the upbringing or treatment of the juvenile and the preparation for their return to society.

3.

A written description of an education and training programme shall be drawn up. This shall at least include a description of the activities, a regulation regarding the responsibility for the implementation of the programme, the guidance of and the supervision of the participant in the education and training programme, the reporting of special incidents, and the manner and frequency of reporting on the participant in the education and training programme. Where the education and training programme is intended for multiple juveniles, the target group of the programme shall also be described.

4.

Our Minister may lay down further rules regarding the procedure for the recognition of an education and training programme and regarding the quality requirements that an education and training programme must satisfy.

1.

Een scholings- en trainingsprogramma omvat minimaal 26 uur per week aan activiteiten waaraan door de deelnemer aan dat scholings- en trainingsprogramma wordt deelgenomen.

2.

De activiteiten in een scholings- en trainingsprogramma zijn gericht op:

a.

het aanleren van bepaalde sociale vaardigheden,

b.

het bieden van onderwijs,

c.

het vergroten van de kans op arbeid na het einde van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel,

d.

het bieden van bijzondere zorg aan de deelnemer, zoals verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg of verstandelijk gehandicaptenzorg,

e.

het invullen van de vrije tijd, of

f.

geven op andere wijze invulling aan het met handhaving van het karakter van de vrijheidsstraf of de vrijheidsbenemende maatregel aanwenden van de tenuitvoerlegging daarvan aan de opvoeding dan wel behandeling van de jeugdige en de voorbereiding van diens terugkeer in de maatschappij.

3.

Van een scholings- en trainingsprogramma wordt een schriftelijke omschrijving gemaakt. Deze omvat in ieder geval een beschrijving van de activiteiten, een regeling van de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het programma, de begeleiding van en het toezicht op de deelnemer aan het scholings- en trainingsprogramma, de melding van bijzondere voorvallen en de wijze en de frequentie van rapporteren over de deelnemer aan het scholings- en trainingsprogramma. Wanneer het scholings- en trainingsprogramma voor meerdere jeugdigen is bedoeld wordt tevens de doelgroep van het programma omschreven.

4.

Onze Minister kan nadere regels stellen over de procedure voor de erkenning van een scholings- en trainingsprogramma en over de kwaliteitseisen waaraan een scholings- en trainingsprogramma moet voldoen.