Dutch Legislation

Article 48q

in force

Policy regarding the police and the organisation of the police · Legal status and screening · § Screening

Police Act 2012 · Chapter 3 · Section 3.5 · § 3.5.4 · In force since 2023-01-01

Source
1.

The performance of duties as a police officer as referred to in Article 2, under (a), (b) or (c), is only possible if there is no objection thereto on the basis of an investigation into the reliability of the person concerned.

2.

The first paragraph shall not apply if it concerns activities designated by or pursuant to an order in council in which technical, administrative, and other tasks are performed in the service of the police, and the authority competent for appointment, suspension, or dismissal has determined that a certificate of conduct (verklaring omtrent het gedrag) suffices.

3.

The performance of work for the police pursuant to an agreement is only possible if the natural person concerned is in possession of a certificate of good conduct (verklaring omtrent het gedrag).

4.

By way of derogation from the third paragraph, the performance of work for the police, pursuant to an agreement, which has been designated by or pursuant to an order in council and which may pose a risk to the integrity of this organisation, is only possible if there is no objection thereto on the basis of an investigation into the reliability of the natural person concerned.

5.

An objection as referred to in the first and fourth paragraphs can only be raised if, in the opinion of the authority competent for appointment, suspension and dismissal, or the chief of police, respectively, there are insufficient guarantees that the person concerned can be considered reliable.

6.

An objection shall in any event be deemed to exist if the person concerned has been irrevocably convicted of a criminal offence designated by order in council, unless, in the opinion of the authority competent for appointment, suspension and dismissal or, as the case may be, the chief of police, having regard to the circumstances of the case, there are, notwithstanding such an irrevocable conviction, no insufficient guarantees that the person concerned can be considered reliable. A criminal penalty order (strafbeschikking) and compliance with conditions to prevent criminal prosecution as referred to in Article 74, paragraph 1, of the Criminal Code shall be treated as equivalent to a conviction.

7.

In lieu of the certificate of conduct, the person concerned may submit a document equivalent to this certificate, issued by the competent authority in the state of origin.

8.

The first to fourth paragraphs inclusive shall not apply if a position of trust (vertrouwensfunctie) as referred to in Article 1, first paragraph, under a, of the Security Screening Act (Wet veiligheidsonderzoeken) is involved.

1.

Het verrichten van werkzaamheden als ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 2, onder a, b of c, is slechts mogelijk, indien hiertegen op grond van een onderzoek naar de betrouwbaarheid van de betrokkene geen bezwaar bestaat.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien het bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen werkzaamheden betreft waarin technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie worden uitgevoerd en het tot aanstelling, schorsing of ontslag bevoegd gezag heeft bepaald dat kan worden volstaan met een verklaring omtrent het gedrag.

3.

Het krachtens overeenkomst verrichten van werkzaamheden voor de politie is slechts mogelijk, indien de betrokken natuurlijk persoon in het bezit is van een verklaring omtrent het gedrag.

4.

In afwijking van het derde lid is het krachtens overeenkomst verrichten van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen werkzaamheden voor de politie die een risico kunnen vormen voor de integriteit van deze organisatie slechts mogelijk, indien hiertegen op grond van een onderzoek naar de betrouwbaarheid van de betrokken natuurlijke persoon geen bezwaar bestaat.

5.

Van een bezwaar als bedoeld in het eerste en vierde lid kan slechts sprake zijn, indien naar het oordeel van het tot aanstelling, schorsing en ontslag bevoegd gezag onderscheidenlijk de korpschef er onvoldoende waarborgen zijn dat de betrokkene betrouwbaar kan worden geacht.

6.

Van een bezwaar is in ieder geval sprake indien de betrokkene onherroepelijk is veroordeeld ter zake een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen misdrijf, tenzij naar het oordeel van het tot aanstelling, schorsing en ontslag bevoegd gezag onderscheidenlijk de korpschef, gelet op de omstandigheden van het geval, ondanks een dergelijke onherroepelijke veroordeling, geen sprake is van onvoldoende waarborgen dat de betrokkene betrouwbaar kan worden geacht. Met een veroordeling wordt gelijkgesteld een strafbeschikking en het voldoen aan voorwaarden ter voorkoming van strafvervolging als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.

7.

In plaats van de verklaring omtrent het gedrag kan de betrokkene een met deze verklaring overeenkomend document, afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in de staat van herkomst, overleggen.

8.

Het eerste tot en met vierde lid zijn niet van toepassing indien sprake is van een vertrouwensfunctie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, van de Wet veiligheidsonderzoeken.