Article 220f
in forceOther and final provisions
Articles 60, paragraphs 4 and 5, and 62, paragraph 1, apply with respect to pension entitlements accrued in:
contribution agreements applicable to pension entitlements accrued as from 1 January 2005; and
defined benefit agreements and capital agreements, as defined in Article 1, as that Article read on the day before the date of entry into force of the Future Pensions Act (Wet toekomst pensioenen), applicable to pension entitlements accrued as of 1 January 2002.
Articles 60, paragraphs 4 and 5, and 62, paragraph 1, may be applicable to pension entitlements accrued prior to the dates mentioned in the first paragraph if this has been agreed upon in the pension agreement.
Article 66, paragraph 8, applies to pension entitlements accrued as of 1 January 2005.
Article 69, paragraph 5, applies to pension entitlements accrued as of 1 January 2015 and may apply to pension entitlements accrued before 1 January 2015 if this has been agreed upon in the pension agreement.
Articles 76, paragraph 4, 83, paragraph 2, subparagraph b, 84, paragraph 2, subparagraph b, and 150m, paragraph 8, are, with respect to pension entitlements accrued in:
contribution agreements applicable to pension entitlements accrued as from 1 January 2005;
capital agreements, as defined in Article 1, as that Article read on the day before the date of entry into force of the Future Pensions Act (Wet toekomst pensioenen), applicable to pension entitlements accrued as from 1 January 2005; and
benefit agreements, as defined in Article 1, as that Article read on the day before the date of entry into force of the Future Pensions Act (Wet toekomst pensioenen), applicable to pension entitlements accrued as from 1 January 2002.
Article 76, paragraph 4, may be applicable to pension entitlements accrued prior to the dates mentioned in paragraph 5 if this has been agreed upon in the pension agreement.
Articles 80, paragraph 1, subparagraph b, 81, paragraph 1, subparagraph a, and 81a, paragraph 3, shall apply to pension entitlements accrued as of 1 January 2005 and may apply to pension entitlements accrued before 1 January 2005 if so agreed in the pension agreement.
For the application of Articles 83, 84 and 150m, the requirement of individual actuarial equivalence referred to in Article 71, paragraph 4, applies to pension entitlements accrued before the dates mentioned in paragraph 5, unless it has been agreed in the pension agreement that the conditions referred to in Articles 83, paragraph 2, subparagraph b, 84, paragraph 2, subparagraph b, or 150m, paragraph 8, apply.
Insofar as the application of Articles 80, paragraph 1, 81, paragraph 1, 81a, paragraphs 1 and 2, 83, paragraph 1, 84, paragraph 1, or 150m, paragraph 1, concerns pension entitlements accrued as a result of a non-contributory continuation of those pension entitlements, Articles 80, paragraph 1, subparagraph b, 81, paragraph 1, subparagraph a, 81a, paragraph 3, 83, paragraph 2, subparagraph b, 84, paragraph 2, subparagraph b, or 150m, paragraph 8, shall apply if the right to such non-contributory continuation arose on or after 1 January 2002.
De artikelen 60, vierde en vijfde lid, en 62, eerste lid, zijn met betrekking tot pensioenaanspraken opgebouwd in:
premieovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd; en
uitkeringsovereenkomsten en kapitaalovereenkomsten, zoals gedefinieerd in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd.
De artikelen 60, vierde en vijfde lid, en 62, eerste lid, kunnen van toepassing zijn op pensioenaanspraken die voor de in het eerste lid genoemde data zijn opgebouwd indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
Artikel 66, achtste lid, is van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd.
Artikel 69, vijfde lid, is van toepassing op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd vanaf 1 januari 2015 en kan van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2015 indien dit in de pensioenovereenkomst is overeengekomen.
De artikelen 76, vierde lid, 83, tweede lid, onderdeel b, 84, tweede lid, onderdeel b, en 150m, achtste lid, zijn met betrekking tot pensioenaanspraken die zijn opgebouwd in:
premieovereenkomsten van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd;
kapitaalovereenkomsten, zoals gedefinieerd in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd; en
uitkeringsovereenkomsten, zoals gedefinieerd in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van de Wet toekomst pensioenen, van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2002 zijn opgebouwd.
Artikel 76, vierde lid, kan van toepassing zijn op pensioenaanspraken die voor de in het vijfde lid genoemde data zijn opgebouwd indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
De artikelen 80, eerste lid, onderdeel b, 81, eerste lid, onderdeel a, en 81a, derde lid, zijn van toepassing op pensioenaanspraken die vanaf 1 januari 2005 zijn opgebouwd en kunnen van toepassing zijn op pensioenaanspraken die zijn opgebouwd voor 1 januari 2005 indien dit is overeengekomen in de pensioenovereenkomst.
Voor de toepassing van de artikelen 83, 84 en 150m is op pensioenaanspraken die voor de in het vijfde lid genoemde data zijn opgebouwd de eis van individuele actuariële gelijkwaardigheid, bedoeld in artikel 71, vierde lid, van toepassing, tenzij in de pensioenovereenkomst is overeengekomen dat de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 83, tweede lid, onderdeel b, 84, tweede lid, onderdeel b, of 150m, achtste lid, van toepassing zijn.
Voor zover het bij de toepassing van de artikelen 80, eerste lid, 81, eerste lid, 81a, eerste en tweede lid, 83, eerste lid, 84, eerste lid, of 150m, eerste lid, pensioenaanspraken betreft die als gevolg van een premievrije voortzetting van die pensioenaanspraken worden opgebouwd zijn de artikelen 80, eerste lid, onderdeel b, 81, eerste lid, onderdeel a, 81a, derde lid, 83, tweede lid, onderdeel b, 84, tweede lid, onderdeel b, of 150m, achtste lid, van toepassing indien het recht op die premievrije voortzetting is ontstaan op of na 1 januari 2002.