Dutch Legislation

Article 220g

in force

Other and final provisions

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 9 · In force since 2026-01-01

Source
1.

For the purposes of this Article, the time of transition shall mean: the time at which the pension provider transitions to the execution of an amended pension agreement in order to comply with the rules regarding the survivor's pension as introduced by the Future Pensions Act (Wet toekomst pensioenen), but no later than a time to be determined by administrative decree.

2.

A person who, prior to the time of transition, qualified as a partner as defined in Article 1, as that Article read on the day before the date of entry into force of Article I, part A, of the Future Pensions Act (Wet toekomst pensioenen), shall continue to be designated as a partner within the meaning of this Act for as long as the relevant relationship between the person and the employee or former employee is continued.

3.

A person who, prior to the time of transition, was an entitled partner for a partner pension on an accrual basis, remains entitled to the partner pension entitlement accrued up to the time of transition, with due observance of Article 57.

4.

A partner or former partner within the meaning of the pension agreement shall not be eligible for a partner pension or, if necessary in deviation from Article 57, a special partner pension based on partner pension accrued before the time of transition in a pension scheme without a partner pension for partners within the meaning of the pension agreement or in a pension scheme with a partner definition which this partner or former partner did not meet or would not have met.

5.

Article 16, paragraph 1, subparagraph d, shall not apply to an orphan's pension the commencement date of which lies before the time of transition or which has been accrued before the time of transition.

6.

Article 55, paragraph 4, as it shall read after the entry into force of Article I, part GG, under 4, of the Future Pensions Act (Wet toekomst pensioenen) and Article 61a are applicable if the end of the participation occurs as from the time of transition.

7.

Further rules may be laid down by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur) with respect to this Article.

8.

The proposal for an order in council to be established pursuant to the first paragraph shall not be made earlier than four weeks after the draft has been submitted to both Houses of the States General.

1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder overgangstijdstip verstaan: het tijdstip waarop de pensioenuitvoerder overgaat op uitvoering van een gewijzigde pensioenovereenkomst om te voldoen aan de regels omtrent het nabestaandenpensioen zoals geïntroduceerd met de Wet toekomst pensioenen maar uiterlijk een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip.

2.

Een persoon die vóór het overgangstijdstip kwalificeerde als partner zoals gedefinieerd in artikel 1, zoals dat artikel luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel A, van de Wet toekomst pensioenen blijft als partner in de zin van deze wet aangemerkt zo lang de betreffende relatie tussen de persoon en de werknemer of gewezen werknemer wordt voortgezet.

3.

Een persoon die voor het overgangstijdstip als partner aanspraakgerechtigde was voor partnerpensioen op opbouwbasis blijft aanspraakgerechtigde voor de tot het overgangstijdstip opgebouwde aanspraak op partnerpensioen, met inachtneming van artikel 57.

4.

Een partner of gewezen partner in de zin van de pensioenovereenkomst komt niet in aanmerking voor een partnerpensioen of, zo nodig in afwijking van artikel 57, een bijzonder partnerpensioen op basis van partnerpensioen dat is opgebouwd voor het overgangstijdstip in een pensioenregeling zonder partnerpensioen voor partners in de zin van de pensioenovereenkomst of in een pensioenregeling met een partnerbegrip waaraan deze partner of gewezen partner niet voldeed of zou hebben voldaan.

5.

Artikel 16, eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing op een wezenpensioen waarvan de ingangsdatum ligt voor het overgangstijdstip of dat is opgebouwd voor het overgangstijdstip.

6.

Artikel 55, vierde lid, zoals dat komt te luiden na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel GG, onder 4, van de Wet toekomst pensioenen en artikel 61a zijn van toepassing indien het einde van de deelneming ligt vanaf het overgangstijdstip.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot dit artikel.

8.

De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.