Article 150n
in forceSpecific regulations during the transition period · § Authority of the pension fund regarding collective value transfer and the application of assets
For the valuation of pension entitlements and pension rights in the event of a collective transfer of value as referred to in Article 150m and the application of the assets, a pension fund shall make use of the standard method.
By way of derogation from the first paragraph, a pension fund may make use of the vba-method if this method better models the specific characteristics of the pension scheme and the pension fund, and the pension fund substantiates the application of the vba-method in the implementation plan.
In the application of the standard method, the standard rule shall be used for the valuation of pension entitlements and pension rights.
When applying the vba-method, the inclusive market value of the accrued pension entitlements and pension rights for each cohort after the collective transfer of value shall be at least equal to the inclusive market value of the accrued pension entitlements and pension rights before the collective transfer of value.
In the application of the standard method, a pension fund may, after applying the standard rule, deviate from the outcomes to the extent necessary to enable equal adjustments of pension benefits, provided that the shift of assets for that purpose remains within the group of pension beneficiaries.
When applying the standard method, a pension fund with a funding ratio where the technical provisions are covered by assets for more than 110% may, after application of the standard rule, deviate from the outcomes provided that the value of the pension accrual or the pension right of each participant, former participant, other person entitled to an accrual or pensioner amounts to at least 95% of the outcome of the standard rule, after the initial filling of a solidarity reserve, a risk-sharing reserve or a compensation depot. For funding ratios between 105% and 110%, 5% of the assets may be shifted, provided that this shift contributes to the balanced nature of the transition.
A pension fund is authorised, in the event of a collective transfer of value, at the request of the employer, to apply the assets of the pension fund, with the exception of the minimum required own funds, for the initial funding of a solidarity reserve or risk-sharing reserve or the compensation of participants by means of the granting of additional pension entitlements, provided that:
when applying the standard method: for the initial funding of a solidarity reserve or risk-sharing reserve or the compensation of participants, only the assets are utilised which, at the time of the collective transfer of value, do not serve to cover the technical provisions;
when applying the VBA method: for the use of the assets for the purpose of the compensation of participants, the condition referred to in the fourth paragraph has already been met without the allocation of the compensation; and
insofar as the assets are applied for the compensation of participants, the rules for the distribution of the assets utilised for this purpose are established.
With due observance of paragraph 7, opening words, in derogation from paragraph 7, point a or b, a pension fund that, at the time of the collective transfer of value, has a funding ratio whereby the technical provisions are covered by assets for less than 105%, may apply a maximum of 5% of the value of the accrued pension entitlements and pension rights for the initial funding of a solidarity reserve or risk-sharing reserve, the compensation of participants by granting additional pension entitlements or the granting of additional pension rights to pension beneficiaries up to a maximum of their technical provision, provided that:
the application is included in the transition plan, as referred to in Article 150d; and
the pension fund has obtained advice or approval from the accountability body or the stakeholder body pursuant to Article 150m, paragraphs 4 and 6.
Following a collective transfer of value, a pension fund may have a solidarity reserve or risk-sharing reserve which, in deviation from Articles 10d or 10e, has a size of more than 15% of the total assets or capital reserved for pensions, including the solidarity reserve or risk-sharing reserve. For this reserve, the requirement of a maximum size of 15% applies at a time to be determined by administrative order, or at such earlier time as the size of the reserve has come to amount to a maximum of 15%. For distributions from the reserve above the maximum size of 15%, Articles 10d, paragraph 3, or 10e, paragraph 3, may be deviated from.
Further rules shall be laid down by or pursuant to an order in council (algemene maatregel van bestuur) with regard to this Article concerning, in any event, the standard method and the vba-method.
The proposal for an order in council to be established pursuant to the ninth paragraph shall not be made earlier than four weeks after the draft has been submitted to both Houses of the States-General.
Voor de waardering van pensioenaanspraken en pensioenrechten bij een collectieve waardeoverdracht als bedoeld in artikel 150m en het aanwenden van het vermogen maakt een pensioenfonds gebruik van de standaardmethode.
In afwijking van het eerste lid kan een pensioenfonds gebruik maken van de vba-methode indien deze methode beter de bijzondere kenmerken van de pensioenregeling en het pensioenfonds modelleert en het pensioenfonds het toepassen van de vba-methode onderbouwt in het implementatieplan.
Bij toepassing van de standaardmethode wordt voor de waardering van pensioenaanspraken en pensioenrechten gebruik gemaakt van de standaardregel.
Bij toepassing van de vba-methode is per cohort de inclusieve marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten na de collectieve waardeoverdracht minimaal gelijk aan de inclusieve marktwaarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten voor de collectieve waardeoverdracht.
Bij toepassing van de standaardmethode kan een pensioenfonds na toepassing van de standaardregel afwijken van de uitkomsten voor zover dit nodig is om gelijke aanpassingen van pensioenuitkeringen mogelijk te maken en de verschuiving van vermogen daarvoor binnen de groep pensioengerechtigden blijft.
Bij toepassing van de standaardmethode kan een pensioenfonds met een dekkingsgraad waarbij de technische voorzieningen voor meer dan 110% door waarden worden gedekt, na toepassing van de standaardregel afwijken van de uitkomsten mits de waarde van de pensioenaanspraak of het pensioenrecht van iedere deelnemer, gewezen deelnemer, andere aanspraakgerechtigde of pensioengerechtigde tenminste 95% bedraagt van de uitkomst van de standaardregel, na de initiële vulling van een solidariteitsreserve, een risicodelingsreserve of een compensatiedepot. Bij dekkingsgraden tussen 105% en 110% mag 5% van het vermogen verschoven worden, mits deze verschuiving bijdraagt aan de evenwichtigheid van de transitie.
Een pensioenfonds is bij de collectieve waardeoverdracht bevoegd om op verzoek van de werkgever het vermogen, met uitzondering van het minimaal vereist eigen vermogen, van het pensioenfonds aan te wenden voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve of de compensatie van deelnemers door het toekennen van extra pensioenaanspraken, mits:
bij toepassing van de standaardmethode: voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve of de compensatie van deelnemers alleen het vermogen wordt aangewend dat op het moment van de collectieve waardeoverdracht niet strekt ter dekking van de technische voorzieningen;
bij toepassing van de vba-methode: voor het aanwenden van het vermogen ten behoeve van de compensatie van deelnemers reeds zonder toedeling van de compensatie aan de in het vierde lid genoemde voorwaarde is voldaan; en
voor zover het vermogen wordt aangewend voor de compensatie van deelnemers, de verdelingsregels van het vermogen dat hiervoor wordt benut vastliggen.
Met inachtneming van het zevende lid, aanhef, kan, in afwijking van het zevende lid, onderdeel a of b, een pensioenfonds dat op het tijdstip van de collectieve waardeoverdracht een dekkingsgraad heeft waarbij de technische voorzieningen voor minder dan 105% door waarden worden gedekt, ten hoogste 5% van de waarde van de opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenrechten aanwenden voor de initiële vulling van een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve, de compensatie van deelnemers door het toekennen van extra pensioenaanspraken of het toekennen van extra pensioenrechten aan pensioengerechtigden tot maximaal hun technische voorziening mits:
de aanwending is opgenomen in het transitieplan, bedoeld in artikel 150d; en
het pensioenfonds advies dan wel goedkeuring heeft verkregen van het verantwoordingsorgaan of het belanghebbendenorgaan op grond van artikel 150m, vierde en zesde lid.
Een pensioenfonds kan na de collectieve waardeoverdracht een solidariteitsreserve of risicodelingsreserve hebben die, in afwijking van de artikelen 10d of 10e, een omvang heeft van meer dan 15% van het geheel voor pensioen gereserveerd vermogen of kapitaal inclusief de solidariteitsreserve of risicodelingsreserve. Voor deze reserve geldt de eis van de maximale omvang van 15% op een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen tijdstip, of zoveel eerder als de omvang van de reserve maximaal 15% is gaan bedragen. Voor het uitdelen uit de reserve boven de maximale omvang van 15% kan worden afgeweken van de artikelen 10d, derde lid, of 10e, derde lid.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot dit artikel over in ieder geval de standaardmethode en de vba-methode.
De voordracht voor een krachtens het negende lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.