Dutch Legislation

Article 8

in force

Pension agreement · § The formation of a pension agreement

Pensions Act (Pensioenwet) · Chapter 2 · § 2.1 · In force since 2024-01-01

Source
1.

In the event that an employer makes an offer to one or more employees to enter into a pension agreement, this employer may not refrain from making an offer to another employee solely on the grounds that such other employee works less than full-time hours.

2.

If the exceeding of a minimum wage threshold is set as a condition for the acquisition of pension entitlements on the basis of a pension agreement, for the application of that wage threshold, the wage of an employee who is employed for less than the full working time shall be converted to the wage that would have been obtained in the event of full working time.

3.

In the determination of entitlements to old-age and survivors' pension, employees who work less than the full working hours shall be granted pension entitlements in proportion to the pension entitlements that would have been acquired in the case of full working hours.

4.

In the determination of entitlements to an invalidity pension that may be derived from the pension agreement, no distinction based on the sole fact of the extent of the working hours is permitted, with the proviso that in the determination of the invalidity pension, an allowance under the Work and Income (Capacity for Work) Act (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) may be taken into account insofar as that allowance relates to the same employment relationship.

5.

In the event that an employer makes an offer to one or more employees to enter into a pension agreement, this employer may not refrain from making an offer to another employee for the sole reason that said employee has not yet reached a certain age, unless:

a.

the employee is younger than 18 years of age; or

b.

it concerns an old-age pension that exclusively provides for a benefit until reaching the pensionable age, as referred to in Article 7a, paragraph 1, of the General Old Age Pensions Act (Algemene Ouderdomswet), or until reaching the pension age for the lifelong old-age pension.

1.

Ingeval een werkgever aan een of meer werknemers een aanbod doet tot het sluiten van een pensioenovereenkomst, mag deze werkgever het doen van een aanbod aan een andere werknemer niet achterwege laten vanwege het enkele feit dat die andere werknemer minder dan de volledige arbeidstijd werkt.

2.

Indien als voorwaarde voor het verwerven van pensioenaanspraken op basis van een pensioenovereenkomst het overstijgen van een minimumloongrens wordt gesteld, wordt voor de toepassing van die loongrens het loon van een werknemer die minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam is, herleid naar het loon dat ingeval van een volledige arbeidstijd zou zijn verkregen.

3.

Bij de vaststelling van aanspraken op ouderdoms- en nabestaandenpensioen worden aan werknemers die minder dan de volledige arbeidstijd werkzaam zijn, pensioenaanspraken verleend naar evenredigheid van de pensioenaanspraken die ingeval van een volledige arbeidstijd zouden zijn verkregen.

4.

Bij de vaststelling van aanspraken op arbeidsongeschiktheidspensioen die aan de pensioenovereenkomst kunnen worden ontleend, is onderscheid op grond van het enkele feit van de omvang van de arbeidstijd niet toegestaan, met dien verstande dat bij de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspensioen rekening gehouden mag worden met een uitkering uit hoofde van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen voorzover die uitkering verband houdt met dezelfde dienstbetrekking.

5.

In geval een werkgever aan een of meer werknemers een aanbod doet tot het sluiten van een pensioenovereenkomst, mag deze werkgever het doen van een aanbod aan een andere werknemer niet achterwege laten vanwege het enkele feit dat die werknemer een bepaalde leeftijd nog niet heeft bereikt, tenzij:

a.

de werknemer jonger is dan 18 jaar; of

b.

het een ouderdomspensioen betreft dat uitsluitend voorziet in een uitkering tot het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, of tot het bereiken van de pensioenleeftijd voor het levenslange ouderdomspensioen.