Article 6.26
in forceBuitengewone omstandigheden, crisiscommunicatie en omroepdiensten voor buitenlandse militairen
By Order in Council, upon the recommendation of Our Prime Minister, Minister of General Affairs, after consultation with Our Minister, rules shall be established pursuant to which, in the event of extraordinary circumstances, the use of programme channels of public media services, studios and other facilities, broadcasting transmitters, broadcasting networks and other resources shall be made available to the authorities designated by or pursuant to that Order in Council.
Our Prime Minister, Minister of General Affairs, is authorised in a general state of emergency, after consultation with Our Minister, to establish rules regarding the content of radio and television programmes and the supervision thereof, whereby a departure may be made from the provisions of Article 7.11.
The authority referred to in the second paragraph shall be terminated without delay as soon as Article 31, paragraph 1, of the War Act for the Netherlands (Oorlogswet voor Nederland) enters into force.
Bij algemene maatregel van bestuur worden, op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, na overleg met Onze Minister, regels gesteld op grond waarvan in geval van buitengewone omstandigheden het gebruik van programmakanalen van de publieke mediadiensten, studio’s en andere faciliteiten, omroepzenders, omroepnetwerken en andere hulpmiddelen ter beschikking worden gesteld aan de bij of krachtens die algemene maatregel van bestuur aangewezen autoriteiten.
Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, is bevoegd in de algemene noodtoestand, na overleg met Onze Minister, regels te stellen ten aanzien van de inhoud van radio- en televisieprogramma’s en het toezicht daarop, waarbij kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.11.
De in het tweede lid bedoelde bevoegdheid wordt onverwijld beëindigd zodra artikel 31, eerste lid, van de Oorlogswet voor Nederland in werking wordt gesteld.