Dutch Legislation

Article 2.60d

in force

Regionale en lokale publieke mediadiensten

Media Act 2008 · Title 2.3 · In force since 2016-03-31

Source
1.

Membership of the supervisory board of the RPO is incompatible with:

a.

the membership of the board of the RPO;

b.

membership of a body of, or an employment relationship with, a public media institution;

c.

membership of a body of, or an employment relationship with, a commercial media institution;

d.

membership of either of the two Houses of the States General, a provincial executive or a municipal executive;

e.

an employment relationship with a ministry or with a service, institution or enterprise falling under the responsibility of a Minister; and

f.

having financial or other interests in companies or institutions and the performance of ancillary activities whereby the proper performance of the function or the maintenance of the independence of the member concerned or the trust therein may be at stake.

2.

Suspension and dismissal are possible on the grounds of:

a.

incapacity;

b.

dysfunction; and

c.

incompatibility as referred to in the first paragraph.

3.

Dismissal is furthermore possible upon one's own petition.

4.

The members of the supervisory board of the RPO shall receive from the RPO a remuneration to be determined by Our Minister.

1.

Het lidmaatschap van de raad van toezicht van de RPO is onverenigbaar met:

a.

het lidmaatschap van het bestuur van de RPO;

b.

het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een publieke media-instelling;

c.

het lidmaatschap van een orgaan van of een dienstbetrekking bij een commerciële media-instelling;

d.

het lidmaatschap van een van beide Kamers der Staten-Generaal, een provinciaal bestuur of een gemeentebestuur;

e.

een dienstbetrekking bij een ministerie of bij een dienst, instelling of bedrijf vallende onder de verantwoordelijkheid van een Minister; en

f.

het hebben van financiële of andere belangen bij bedrijven of instellingen en het vervullen van nevenfuncties waardoor een goede vervulling van de functie of de handhaving van de onafhankelijkheid van het betrokken lid of van het vertrouwen daarin in het geding kan zijn.

2.

Schorsing en ontslag zijn mogelijk wegens:

a.

ongeschiktheid;

b.

disfunctioneren; en

c.

onverenigbaarheid als bedoeld in het eerste lid.

3.

Ontslag is verder mogelijk op eigen verzoek.

4.

De leden van de raad van toezicht van de RPO ontvangen van de RPO een door Onze Minister vast te stellen vergoeding.