Dutch Legislation

Article 35

in force

Requirements regarding documents to be registered · Vereisten waaraan ter inschrijving aangeboden stukken moeten voldoen in verband met de aard van het in te schrijven feit

Land Registry Act · Title 2 · Section 2 · In force since 2005-09-01

Source
1.

For the purpose of registration of one or more declarations of worthlessness as referred to in Article 28 of Book 3 of the Civil Code, authentic copies shall be submitted of a declaration drawn up by a civil-law notary, stating that the persons for whose benefit the registration would have served have declared in writing that it is worthless, and of these written declarations which are attached to that notarial declaration.

2.

Unless the registration concerns a mortgage or an attachment, the written statements referred to in the first paragraph of those for whose benefit the registration would have extended shall also state the facts upon which the worthlessness is based, and the statement of the civil-law notary (notaris) referred to in that paragraph shall also include that the stated facts constitute a legal ground for the worthlessness of the registration.

3.

For the purpose of registration of a declaration as referred to in Article 273 of Book 3 of the Civil Code, an authentic copy of that declaration shall be submitted.

4.

For the purpose of registration of a declaration as referred to in Article 274 of Book 3 of the Civil Code, an authentic copy of the relevant authentic deed shall be submitted.

1.

Ter inschrijving van een of meer verklaringen van waardeloosheid als bedoeld in artikel 28 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek worden aangeboden authentieke afschriften van een door een notaris opgemaakte verklaring, inhoudende dat degenen te wier behoeve de inschrijving zou hebben gestrekt, schriftelijk hebben verklaard dat zij waardeloos is, en van deze schriftelijke verklaringen die aan die notariële verklaring zijn gehecht.

2.

Tenzij de inschrijving een hypotheek of een beslag betreft, vermelden de in het eerste lid bedoelde schriftelijke verklaringen van degenen te wier behoeve de inschrijving zou hebben gestrekt, tevens de feiten waarop de waardeloosheid berust, en houdt de in dat lid bedoelde verklaring van de notaris tevens in dat de vermelde feiten een rechtsgrond voor de waardeloosheid van de inschrijving opleveren.

3.

Ter inschrijving van een verklaring als bedoeld in artikel 273 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangeboden een authentiek afschrift van die verklaring.

4.

Ter inschrijving van een verklaring als bedoeld in artikel 274 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek wordt aangeboden een authentiek afschrift van de desbetreffende authentieke akte.