Dutch Legislation

Article 16

in force

General provisions · Provisional notes and proof of receipt

Land Registry Act · Title 1 · Section 4 · In force since 2005-09-01

Source
1.

Summons served upon the custodian as referred to in Article 3:20, paragraph 4, of the Civil Code, and rulings of the preliminary relief judge in summary proceedings initiated to obtain the order referred to in Article 3:20, paragraph 2, of that Code, shall be recorded in the register of provisional entries in accordance with rules to be established by the management of the Agency.

2.

The management of the Service shall establish rules regarding the manner in which the entry, as referred to in Article 15, is effected in the register of provisional annotations, and regarding the manner of cancellation of provisional annotations.

3.

The first paragraph shall apply mutatis mutandis to summonses served upon the keeper for the purpose of obtaining a court order for the registration of a notarial declaration as referred to in Article 37, paragraph 1, point c. The second paragraph shall apply mutatis mutandis to the entry, as referred to in Article 37, paragraph 2, first sentence, and the cancellation of such an entry in the register of provisional annotations.

1.

Van aan de bewaarder uitgebrachte dagvaardingen als bedoeld in artikel 20, vierde lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en van uitspraken van de voorzieningenrechter in kort geding, aangespannen ter verkrijging van het bevel, bedoeld in artikel 20, tweede lid, van Boek 3 van dat wetboek, wordt aantekening gehouden in het register van voorlopige aantekeningen overeenkomstig door het bestuur van de Dienst te stellen regels.

2.

Het bestuur van de Dienst stelt regels met betrekking tot de wijze waarop in het register van voorlopige aantekeningen de boeking, bedoeld in artikel 15, geschiedt, en met betrekking tot de wijze van doorhaling van voorlopige aantekeningen.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op dagvaardingen uitgebracht aan de bewaarder ter verkrijging van een bevel van de rechter tot inschrijving van een notariële verklaring als bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel c. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de boeking, bedoeld in artikel 37, tweede lid, eerste zin, en de doorhaling van een zodanige boeking in het register van voorlopige aantekeningen.