Article 15b
in forceProvision of information · Voorlopige aantekeningen en bewijs van ontvangst
If a document in electronic form has been submitted for registration, a certificate of non-registration shall be sent to the submitter after the entry, as referred to in Article 15, stating at least the particulars referred to in Article 15a, paragraph 1, first sentence, which certificate shall be signed by the keeper or, if it is drawn up and sent in electronic form, shall be provided with an electronic signature of the keeper. The management of the Agency shall establish rules regarding the form, manner and time of sending the certificate of non-registration. The management may establish further rules regarding the content of the certificate of non-registration. Article 12, paragraph 2, shall apply mutatis mutandis.
If Article 11b, paragraph 5, second sentence, has been applied and if, in the case referred to in the first paragraph, first sentence, documents forming part of the document to be registered have been submitted for registration in paper form without the copy required for registration, the Service shall produce a copy of the relevant documents in accordance with rules to be established by the management of the Service. The Service is liable for damage resulting from any inaccuracy or incompleteness in the copy. The first and second sentences apply mutatis mutandis with regard to the documents referred to in Article 15, to which Article 11, paragraph 4, applies in respect of registration.
Article 15 and the first paragraph shall apply mutatis mutandis to the entry of the presentation of a document which, pursuant to Article 37, paragraph 2, may be registered by order of the court.
Indien een stuk in elektronische vorm ter inschrijving is aangeboden, wordt na de boeking, bedoeld in artikel 15, aan de aanbieder toegezonden een bewijs van niet-inschrijving vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 15a, eerste lid, eerste zin, welk bewijs door de bewaarder wordt ondertekend of, indien het in elektronische vorm wordt opgemaakt en toegezonden, wordt voorzien van een elektronische handtekening van de bewaarder. Het bestuur van de Dienst stelt regels met betrekking tot de vorm, wijze en het tijdstip van verzenden van het bewijs van niet-inschrijving. Het bestuur kan nadere regels stellen met betrekking tot de inhoud van het bewijs van niet-inschrijving. Artikel 12, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Indien artikel 11b, vijfde lid, tweede zin, toepassing heeft gevonden en indien in het geval, bedoeld in het eerste lid, eerste zin, stukken die deel uitmaken van het in te schrijven stuk in papieren vorm ter inschrijving zijn aangeboden zonder het voor inschrijving vereiste afschrift, vervaardigt de Dienst een afschrift van de desbetreffende stukken overeenkomstig door het bestuur van de Dienst te stellen regels. De Dienst is aansprakelijk voor de schade voortvloeiend uit een onjuistheid en onvolledigheid in het afschrift. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de stukken, bedoeld in artikel 15, waarop ten aanzien van de inschrijving artikel 11, vierde lid, van toepassing is.
Artikel 15 en het eerste lid zijn van overeenkomstige toepassing op de boeking van de aanbieding van een stuk, dat krachtens artikel 37, tweede lid, op bevel van de rechter kan worden ingeschreven.