Dutch Legislation

Article 11b

in force

Provision of information · Vereisten voor inschrijving en de wijze waarop deze geschiedt

Land Registry Act · Title 1 · Section 3 · In force since 2020-04-01

Source
1.

If a document as referred to in Article 10a is offered for registration in electronic form, the relevant copy or the verbatim extract shall be provided with a statement declaring that it is a complete and accurate representation of the content of the document of which it is a copy, or of the relevant parts of the document of which it is an extract, respectively, and with an electronic signature. Article 11, paragraph 2, shall apply mutatis mutandis.

2.

If a document is offered for registration in electronic form, the person offering it shall, together with that document, also offer a petition for registration in electronic form. A petition as referred to in the first sentence may relate to more than one document. The form and content of such petition shall be determined by regulations of the management of the Service.

3.

Regulations shall be established by Our Minister:

a.

the form of the declaration, as referred to in the first paragraph, and

b.

whose electronic signature the documents referred to in the first paragraph shall bear.

4.

Regulations by Our Minister shall determine in which cases and in what manner the office, capacity or function of the person referred to in the third paragraph, point (b), is included in a message as referred to in Article 11a, first paragraph, first sentence. If the regulations referred to in the first sentence provide that such office, capacity or function is stated as a specific attribute in the certificate on which the electronic signature is based, those regulations shall determine the manner in which the relevant certification service provider verifies that the person concerned held or was entitled to that office, capacity or function at the time of the issuance of the certificate.

5.

Article 11, paragraph 5, shall apply mutatis mutandis with regard to drawings that form part of documents to be offered for registration in electronic form. Our Minister may determine by ministerial regulation the cases in which drawings and other documents that form part of a document to be offered in electronic form may be offered for registration separately in paper form. With regard to documents that are offered for registration in electronic form, insofar as documents are submitted by the applicant as evidence for the purpose of obtaining registration which are not to be registered, Our Minister may by ministerial regulation:

a.

to determine the cases in which such submission may take place in electronic form, and

b.

to lay down rules with which documents to be submitted in electronic form must comply.

6.

In cases to which an arrangement as referred to in the fifth paragraph, second sentence, applies, and in cases to which an arrangement as referred to in the fifth paragraph, third sentence, does not apply:

a.

the submission of drawings and other documents as referred to in the fifth paragraph, second sentence, which are submitted in paper form, and

b.

the submission of documents as referred to in the fifth paragraph, third sentence, which are submitted in paper form,

within the period to be determined by regulation of Our Minister.

7.

The manner in which the provider shall offer a document in electronic form for registration, and:

a.

any document to be submitted in paper form that forms part of the aforementioned document, or

b.

any document in paper form that is submitted as evidence upon the presentation of the aforementioned document but is not simultaneously registered,

provides for a cross-reference by means of a unique identifier.

The regulation referred to in the first sentence shall determine what that characteristic consists of and how it is provided to a provider by the custodian upon request.

8.

The management of the Service shall determine the period during which and the manner in which submitted documents as referred to in the fifth paragraph, third sentence, are to be preserved.

9.

Article 11, paragraph 7, shall apply mutatis mutandis.

10.

Regulations of Our Minister may determine in which cases and under which conditions the Service shall, prior to the submission of a document to be offered for registration in electronic form, produce an electronic copy of drawings and other documents that form part of said document and store them under a unique identifier for the sole purpose of allowing reference to be made to them in the document to be submitted subsequently, in a manner to be established by said regulations. A reference as referred to in the first sentence has the effect that the document to which reference is made in the document offered for registration forms part of the document to be submitted. Article 11, paragraph 4, second sentence, as well as paragraph 7, second sentence, and paragraph 8 of this Article shall apply mutatis mutandis.

11.

By way of derogation from the first paragraph, first sentence, if a document relating to the registration of a decision imposing restrictions as referred to in the Publicly Accessible Restrictions on Immovable Property Act (Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken), or a decision in administrative appeal, judicial ruling or declaration of expiry relating thereto, is offered for registration, the copy or extract referred to in that paragraph shall not be provided with an electronic signature and authentication shall take place in accordance with rules to be laid down by ministerial regulation.

1.

Indien een stuk als bedoeld in artikel 10a in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden, is het desbetreffende afschrift of het woordelijk gelijkluidend uittreksel voorzien van een verklaring, inhoudende dat het inhoudelijk een volledige en juiste weergave is van de inhoud van het stuk waarvan het een afschrift is onderscheidenlijk van de desbetreffende gedeelten van het stuk waarvan het een uittreksel is, en van een elektronische handtekening. Artikel 11, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien een stuk in elektronische vorm ter inschrijving wordt aangeboden biedt de aanbieder tezamen met dat stuk eveneens in elektronische vorm een verzoek tot inschrijving aan. Een verzoek als bedoeld in de eerste zin mag op meer dan een stuk betrekking hebben. Bij regeling van het bestuur van de Dienst worden de vorm en inhoud van dat verzoek vastgesteld.

3.

Bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld:

a.

de vorm van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, en

b.

van wiens elektronische handtekening stukken als bedoeld in het eerste lid worden voorzien.

4.

Bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld in welke gevallen en op welke wijze het ambt, de hoedanigheid of functie van de persoon, bedoeld in het derde lid, onderdeel b, wordt opgenomen in een bericht als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, eerste zin. Indien in de regeling, bedoeld in de eerste zin, wordt bepaald dat dat ambt, die hoedanigheid of functie als specifiek attribuut wordt vermeld in het certificaat waarop de elektronische handtekening is gebaseerd, wordt bij die regeling bepaald de wijze waarop de betrokken certificatiedienstverlener zich vergewist dat de betrokkene ten tijde van de afgifte van het certificaat dat ambt, die hoedanigheid of functie bekleedde of toekwam.

5.

Ten aanzien van tekeningen die deel uitmaken van in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden stukken is artikel 11, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing. Bij regeling van Onze Minister kunnen worden vastgesteld de gevallen waarin tekeningen en andere stukken die deel uitmaken van een in elektronische vorm aan te bieden stuk, afzonderlijk in papieren vorm ter inschrijving kunnen worden aangeboden. Ten aanzien van stukken die in elektronische vorm ter inschrijving worden aangeboden kan, voorzover ter verkrijging van inschrijving door de aanbieder stukken voor bewijs worden overgelegd die niet worden ingeschreven, Onze Minister bij regeling:

a.

vaststellen de gevallen waarin die overlegging in elektronische vorm kan plaatsvinden, en

b.

regels stellen waaraan in elektronische vorm over te leggen stukken voldoen.

6.

In de gevallen waarop een regeling als bedoeld in het vijfde lid, tweede zin, van toepassing is, en in de gevallen waarop een regeling als bedoeld in het vijfde lid, derde zin, niet van toepassing is, vindt:

a.

de aanbieding van tekeningen en andere stukken als bedoeld in het vijfde lid, tweede zin, die in papieren vorm worden aangeboden, en

b.

de overlegging van stukken als bedoeld in het vijfde lid, derde zin, die in papieren vorm worden overgelegd,

plaats binnen de bij regeling van Onze Minister vast te stellen termijn.

7.

Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald de wijze waarop de aanbieder een in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden stuk en:

a.

elk in papieren vorm aan te bieden stuk dat deel uitmaakt van eerstbedoeld stuk, of

b.

elk stuk in papieren vorm dat voor bewijs wordt overgelegd bij de aanbieding van eerstbedoeld stuk maar niet mede wordt ingeschreven,

voorziet van een onderlinge verwijzing door middel van een uniek kenmerk.

Bij de regeling, bedoeld in de eerste zin, wordt vastgesteld waaruit dat kenmerk bestaat en hoe dit desgevraagd aan een aanbieder wordt verstrekt door de bewaarder.

8.

Het bestuur van de Dienst stelt de termijn vast gedurende welke en de wijze waarop overgelegde stukken als bedoeld in het vijfde lid, derde zin, worden bewaard.

9.

Artikel 11, zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.

10.

Bij regeling van Onze Minister kan worden bepaald in welke gevallen en onder welke voorwaarden de Dienst van tekeningen en andere stukken die deel uitmaken van een in elektronische vorm ter inschrijving aan te bieden stuk, voorafgaande aan die aanbieding een afschrift in elektronische vorm vervaardigt en onder een uniek kenmerk bewaart met het uitsluitend doel dat daarnaar in dat later aan te bieden stuk kan worden verwezen op een bij die regeling vast te stellen wijze. Een verwijzing als bedoeld in de eerste zin heeft tot gevolg dat het stuk waarnaar in het ter inschrijving aangeboden stuk wordt verwezen, deel uitmaakt van het aan te bieden stuk. Artikel 11, vierde lid, tweede zin, alsmede het zevende lid, tweede zin, en achtste lid van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing.

11.

In afwijking van het eerste lid, eerste zin, is, indien een document dat betrekking heeft op de inschrijving van een beperkingenbesluit als bedoeld in de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken dan wel een daarop betrekking hebbende beslissing in administratief beroep, rechterlijke uitspraak of vervallenverklaring, ter inschrijving wordt aangeboden, het afschrift of uittreksel, bedoeld in dat lid, niet voorzien van een elektronische handtekening en vindt authenticatie plaats overeenkomstig bij ministeriële regeling te geven regels.