Article 7
in forceGeneral provisions
Without prejudice to the provisions laid down by or pursuant to this or any other Act, the custodian is charged with:
the effecting of registrations in the public registers and the making of entries in those registers, and
updating the cadastral base registry, the registry for ships, and the registry for aircraft.
The custodian may, with respect to one or more of the powers granted to him by or pursuant to this or any other Act, grant a mandate or authorisation to one or more persons belonging to the staff of the Agency. The granting of a mandate or authorisation requires the consent of the management of the Agency, insofar as the mandate or authorisation is granted to staff of the Agency who do not work under the responsibility of the custodian.
The management of the Service shall designate one custodian as chief custodian, charged with the distribution of duties between him and the other custodian or custodians, if more than two custodians have been appointed. The management of the Service may issue guidelines and instructions to the chief custodian regarding the distribution referred to in the first sentence.
The management of the Service may issue guidelines and instructions to the registrar regarding:
the performance of activities and the exercise of powers that have been assigned or granted to him by or pursuant to this or any other Act, and
the application of the second paragraph, first sentence.
De bewaarder is, onverminderd het bepaalde bij of krachtens deze of een andere wet, belast met:
het verrichten van inschrijvingen in de openbare registers en het stellen van aantekeningen in die registers, en
het bijwerken van de basisregistratie kadaster, de registratie voor schepen en de registratie voor luchtvaartuigen.
De bewaarder kan met betrekking tot een of meer van zijn bevoegdheden die hem zijn toegekend bij of krachtens deze of een andere wet, mandaat of machtiging verlenen aan een of meer personen behorend tot het personeel van de Dienst. Verlening van mandaat of machtiging behoeft de instemming van het bestuur van de Dienst, voorzover het mandaat of de machtiging wordt verleend aan personeel van de Dienst dat niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid van de bewaarder.
Het bestuur van de Dienst wijst een bewaarder aan als hoofdbewaarder belast met de verdeling van de werkzaamheden tussen hem en de andere bewaarder of bewaarders, indien er meer dan twee bewaarders zijn benoemd. Het bestuur van de Dienst kan richtlijnen en instructies geven aan de hoofdbewaarder met betrekking tot de verdeling, bedoeld in de eerste zin.
Het bestuur van de Dienst kan richtlijnen en instructies geven aan de bewaarder met betrekking tot:
het verrichten van werkzaamheden en het uitoefenen van bevoegdheden die hem zijn opgedragen onderscheidenlijk toegekend bij of krachtens deze of een andere wet, en
de toepassing van het tweede lid, eerste zin.