Dutch Legislation

Article 6

in force

General provisions

Land Registry Act · Chapter 1 · In force since 2016-01-18

Source
1.

Under the designation of keeper of the land registry and the public registers, at least two keepers shall be appointed by the management of the Agency.

2.

Only those persons may be appointed as custodian who:

a.

have obtained the right to use the title of meester on the basis of having successfully completed the final examination of a degree programme in the field of law at a university or the Open University to which the Higher Education and Scientific Research Act applies;

b.

have completed a course of study of an equivalent nature deemed sufficient by the board of the Service, or

c.

to be in possession of a recognition of professional qualifications granted with respect to the profession of custodian, as referred to in Article 5 of the General Act on the Recognition of EU Professional Qualifications (Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties).

Further rules may be established by Order in Council regarding the professional requirements referred to in point (a).

3.

In the event of absence, impediment, vacancy or suspension of a custodian, he shall be replaced by one or more of the other custodians to be designated by the management of the Service in a manner to be determined by that management.

4.

The management of the Service may charge one or more persons belonging to the staff of the Service with the performance of the duties of the registrar.

1.

Onder de benaming van bewaarder van het kadaster en de openbare registers worden door het bestuur van de Dienst ten minste twee bewaarders benoemd.

2.

Tot bewaarder kunnen uitsluitend worden benoemd zij die:

a.

op grond van het met goed gevolg afleggen van het afsluitend examen van een opleiding op het gebied van het recht aan een universiteit of de Open Universiteit waarop de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking heeft, het recht om de titel meester te voeren, hebben verkregen;

b.

een door het bestuur van de Dienst voldoende verklaarde opleiding van gelijkwaardige aard hebben, of

c.

in het bezit zijn van een ten aanzien van het beroep van bewaarder verleende erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de beroepsvereisten, bedoeld in onderdeel a.

3.

Bij afwezigheid, belet, ontstentenis of schorsing van een bewaarder wordt hij vervangen door een of meer van de andere bewaarders door het bestuur van de Dienst aan te wijzen op een daarbij door dat bestuur te bepalen wijze.

4.

Het bestuur van de Dienst kan een of meer personen behorend tot het personeel van de Dienst belasten met de waarneming van het ambt van bewaarder.