Dutch Legislation

Article 14

in force

UN Convention on the Rights of the Child · In force since 1995-03-08

Source
1.

The States Parties shall respect the right of the child to freedom of thought, conscience and religion.

2.

The States Parties shall respect the rights and duties of the parents and, where applicable, of the legal guardians, to provide direction to the child in the exercise of his or her right in a manner consistent with the evolving capacities of the child.

3.

The freedom of everyone to manifest their religion or belief may be restricted only to such extent as is prescribed by law and is necessary for the protection of public safety, public order, public health or morals, or the fundamental rights and freedoms of others.

1.

De Staten die partij zijn, eerbiedigen het recht van het kind op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst.

2.

De Staten die partij zijn, eerbiedigen de rechten en plichten van de ouders en, indien van toepassing, van de wettige voogden, om het kind te leiden in de uitoefening van zijn of haar recht op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind.

3.

De vrijheid van een ieder zijn godsdienst of levensovertuiging tot uiting te brengen kan slechts in die mate worden beperkt als wordt voorgeschreven door de wet en noodzakelijk is ter bescherming van de openbare veiligheid, de openbare orde, de volksgezondheid of de goede zeden, of van de fundamentele rechten en vrijheden van anderen.