Dutch Legislation

Article 42

in force

International Covenant on Civil and Political Rights (ICCPR) · In force since 1979-03-11

Source
(a).

If a matter referred to the Committee in accordance with the provisions of Article 41 is not settled to the satisfaction of the States Parties concerned, the Committee may, with the prior consent of the States Parties concerned, appoint an ad hoc conciliation commission (hereinafter referred to as the Conciliation Commission). The good offices of the Conciliation Commission shall be made available to the States Parties concerned with a view to an amicable solution of the matter on the basis of respect for the provisions of this Convention;

(b).

The Conciliation Commission shall consist of five persons acceptable to the States Parties concerned. If the States Parties concerned fail to reach agreement within three months on the composition of the Conciliation Commission, in whole or in part, the members of the Conciliation Commission as to whom no agreement could be reached shall be elected by the Committee from among its members by secret ballot by a two-thirds majority.

2.

The members of the Conciliation Commission shall act in their personal capacity. They may not be a national of the States parties concerned, or of a State which is not a party to this Convention, or of a State which has not made a declaration under Article 41.

3.

The Conciliation Commission shall elect its own chairperson and shall adopt its own internal rules of procedure.

4.

The meetings of the Conciliation Commission shall, as a rule, be held at the Headquarters of the United Nations or at the United Nations Office at Geneva. They may, however, be held at such other appropriate places as may be determined by the Conciliation Commission in consultation with the Secretary-General of the United Nations and the States Parties concerned.

5.

The secretariat provided for in accordance with the provisions of Article 36 shall also serve the committees established pursuant to this Article.

6.

The data received and verified by the Committee shall be made available to the Conciliation Commission, which may request the States Parties concerned to provide other relevant information.

7.

When the Conciliation Commission has thoroughly considered the case, but in any event no later than twelve months after the case has been referred to it, it shall submit a report to the Chairman of the Committee, which shall be brought to the notice of the States Parties concerned.

(a).

If it is not possible for the Conciliation Commission to terminate its study of the case within twelve months, it shall limit its report to a brief statement of the progress it has made in the study of the case.

(b).

If a friendly settlement is reached on the basis of respect for human rights as defined in this Convention, the Conciliation Commission shall confine its report to a brief statement of the facts and of the solution reached.

(c).

If no settlement as referred to in paragraph (b) is reached, the report of the Conciliation Commission shall contain an overview of its findings regarding all factual data relating to the points of dispute between the States Parties concerned, and its views regarding the possibility of an amicable settlement of the case. This report shall also include the written statements and an overview of the oral statements made by the States Parties concerned.

(d).

If the report of the Conciliation Commission is submitted in accordance with paragraph (c), the States Parties concerned shall, within three months of receipt of the report, notify the Chairman of the Committee whether or not they accept the contents of the report of the Conciliation Commission.

8.

The provisions of this Article shall be without prejudice to the responsibilities of the Committee under Article 41.

9.

The States Parties concerned shall share equally all expenses incurred by the members of the Conciliation Commission, in accordance with estimates to be provided by the Secretary-General of the United Nations.

10.

The Secretary-General of the United Nations is authorised to pay the expenses of the members of the Conciliation Commission, if necessary, before these are reimbursed by the States Parties concerned, in accordance with the provisions of paragraph 9 of this Article.

(a).

Indien een zaak die, overeenkomstig het bepaalde in artikel 41, bij het Comité aanhangig is gemaakt, niet is afgewikkeld naar genoegen van de betrokken Staten die partij zijn, kan het Comité mits daartoe vooraf de toestemming van de betrokken Staten die partij zijn is verkregen, een conciliatiecommissie ad hoc (hierna te noemen de Conciliatiecommissie) benoemen. De goede diensten der Conciliatiecommissie staan ter beschikking van de betrokken Staten die partij zijn met het oog op een minnelijke schikking van de zaak op basis van eerbiediging van de bepalingen van dit Verdrag;

(b).

De Conciliatiecommissie bestaat uit vijf personen die aanvaardbaar zijn voor de betrokken Staten die partij zijn. Indien de betrokken Staten die partij zijn niet binnen drie maanden tot overeenstemming kunnen komen ten aanzien van de samenstelling van de Conciliatiecommissie, hetzij geheel of ten dele, worden de leden van de Conciliatiecommissie ten aanzien van wie geen overeenstemming kon worden bereikt, bij geheime stemming met twee derde meerderheid door het Comité uit zijn leden gekozen.

2.

De leden van de Conciliatiecommissie treden op in persoonlijke hoedanigheid. Zij mogen geen onderdaan zijn van de betrokken Staten die partij zijn, of van een Staat die geen partij is bij dit Verdrag, of van een Staat die geen verklaring krachtens artikel 41 heeft afgelegd.

3.

De Conciliatiecommissie kiest haar eigen voorzitter en stelt haar eigen huishoudelijk reglement vast.

4.

De vergaderingen van de Conciliatiecommissie worden als regel ten hoofdkantore van de Verenigde Naties of op het kantoor van de Verenigde Naties te Genève gehouden. Zij kunnen evenwel op andere door de Conciliatiecommissie in overleg met de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en de betrokken Staten die partij zijn vast te stellen geschikte plaatsen worden gehouden.

5.

Het secretariaat waarin overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 is voorzien staat eveneens de krachtens dit artikel ingestelde commissies ten dienste.

6.

De door het Comité ontvangen en geverifieerde gegevens worden ter beschikking gesteld van de Conciliatiecommissie die de betrokken Staten die partij zijn kan verzoeken andere ter zake dienende gegevens te verstrekken.

7.

Wanneer de Conciliatiecommissie de zaak grondig heeft overwogen, doch in elk geval niet later dan twaalf maanden nadat haar de zaak in handen is gegeven, legt zij de voorzitter van het Comité een rapport voor dat ter kennis wordt gebracht van de betrokken Staten die partij zijn.

(a).

Indien het de Conciliatiecommissie niet mogelijk is haar bestudering van de zaak binnen twaalf maanden te beëindigen, beperkt zij haar rapport tot een korte verklaring tot waar zij met de bestudering van de zaak is gevorderd.

(b).

Indien een minnelijke schikking op basis van eerbied voor de rechten van de mens zoals deze in dit Verdrag worden erkend wordt bereikt, beperkt de Conciliatiecommissie haar rapport tot een korte uiteenzetting van de feiten en van de gevonden oplossing.

(c).

Indien geen schikking als bedoeld in alinea (b) wordt bereikt, bevat het rapport van de Conciliatiecommissie een overzicht van haar bevindingen met betrekking tot alle feitelijke gegevens die betrekking hebben op de geschilpunten tussen de betrokken Staten die partij zijn, en haar inzichten ten aanzien van de mogelijkheid van een minnelijke schikking van de zaak. In dit rapport dienen tevens de schriftelijke en een overzicht van de mondelinge verklaringen die door de betrokken Staten die partij zijn zijn afgelegd te worden opgenomen.

(d).

Indien het rapport van de Conciliatiecommissie wordt ingediend overeenkomstig alinea (c), delen de betrokken Staten die partij zijn binnen drie maanden na ontvangst van het rapport de voorzitter van het Comité mede of zij de inhoud van het rapport van de Conciliatiecommissie al dan niet aanvaarden.

8.

De bepalingen van dit artikel laten de verantwoordelijkheden van het Comité uit hoofde van artikel 41 onverlet.

9.

De betrokken Staten die partij zijn komen gelijkelijk op voor alle onkosten die door de leden van de Conciliatiecommissie worden gemaakt, overeenkomstig ramingen die door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties worden verstrekt.

10.

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is bevoegd de onkosten van de leden van de Conciliatiecommissie te betalen, zo nodig, voordat deze, overeenkomstig het bepaalde in lid 9 van dit artikel, door de betrokken Staten die partij zijn worden vergoed.