Dutch Legislation

Article 41

in force

International Covenant on Civil and Political Rights (ICCPR) · In force since 1979-03-11

Source
1.

A State Party to this Convention may, under this article, declare at any time that it recognizes the competence of the Committee to receive and consider communications in which a State Party claims that another State Party is not fulfilling its obligations arising from this Convention. Communications as referred to in this article may be received and considered only if they are submitted by a State Party which has made a declaration recognizing in regard to itself this competence of the Committee. No communication shall be received by the Committee if it concerns a State Party which has not made such a declaration. Communications received under the provisions of this article shall be dealt with in accordance with the following procedure:

(a).

If a State Party considers that another State Party is not giving effect to the provisions of this Convention, it may, by written communication, bring the matter to the attention of that State Party. Within three months after the receipt of the communication the receiving State shall afford the State which sent the communication an explanation, or any other statement in writing, clarifying the matter and may include therein, to the extent possible and pertinent, reference to domestic procedures and remedies taken, pending, or available in the matter.

(b).

If the matter is not settled to the satisfaction of both States Parties concerned within six months after the receipt of the initial notification by the receiving State, either State shall have the right to refer the matter to the Committee, by means of a notification addressed both to the Committee and to the other State.

(c).

The Committee shall only consider a matter referred to it after it has satisfied itself that all available domestic remedies in the matter concerned have been invoked and exhausted, in accordance with the generally recognised principles of international law. This shall not be the case, however, where the application of the remedies is unreasonably prolonged.

(d).

The Committee shall meet in closed session when examining communications made under this Article.

(e).

Subject to the provisions of paragraph (c), the Committee shall place its good offices at the disposal of the States Parties concerned with a view to a friendly solution of the matter on the basis of respect for human rights and fundamental freedoms as recognised in this Convention.

(f).

In any case brought before it, the Committee may request the relevant States Parties referred to in paragraph (b) to provide relevant information.

(g).

The concerned States Parties referred to in paragraph (b) shall have the right to be represented when the matter is being considered by the Committee, and to submit their views orally and/or in writing.

(h).

The Committee shall, twelve months after the date of receipt of a notification made under paragraph (b), submit a report as follows: In each case, the report shall be transmitted to the States Parties concerned.

(i).

if a solution as provided for in paragraph (e) has been reached, the Committee shall limit its report to a brief statement of the facts and of the solution reached;

(ii).

if no solution as provided for in paragraph (e) has been reached, the Committee shall confine its report to a brief statement of the facts; the positions expressed in writing and a written summary of the positions presented orally by the States Parties shall be attached to the report.

2.

The provisions of this Article shall enter into force when ten States Parties to this Convention have made declarations under paragraph 1 of this Article. Such declarations shall be deposited by the States Parties with the Secretary-General of the United Nations, who shall transmit copies thereof to the other States Parties. Such a declaration may be withdrawn at any time by notification addressed to the Secretary-General. Such a withdrawal shall not affect the consideration of any matter which is the subject of a notification already made under this Article; no further notification by a State Party shall be received after the notification of withdrawal of the declaration has been received by the Secretary-General, unless the State Party concerned has made a new declaration.

1.

Een Staat die partij is bij dit Verdrag kan, krachtens dit artikel, te allen tijde verklaren, dat hij de bevoegdheid van het Comité erkent kennisgevingen waarin een Staat die partij is beweert dat een andere Staat die partij is diens uit dit Verdrag voortvloeiende verplichtingen niet nakomt, in ontvangst te nemen en te behandelen. Kennisgevingen als bedoeld in dit artikel kunnen alleen in ontvangst worden genomen en worden behandeld indien zij zijn ingezonden door een Staat die partij is, die een verklaring heeft afgelegd dat hij ten aanzien van zichzelf deze bevoegdheid van het Comité erkent. Geen kennisgeving wordt door het Comité in ontvangst genomen, indien het een Staat die partij is betreft, die zulk een verklaring niet heeft afgelegd. Kennisgevingen die krachtens het bepaalde in dit artikel worden ontvangen worden overeenkomstig de volgende procedure behandeld:

(a).

Indien een Staat die partij is bij dit Verdrag van oordeel is dat een andere Staat die partij is de bepalingen van dit Verdrag niet uitvoert, kan hij door middel van een schriftelijke kennisgeving de zaak onder de aandacht brengen van die Staat die partij is. Binnen drie maanden na ontvangst van de kennisgeving stuurt de ontvangende Staat de Staat die de kennisgeving had gezonden een schriftelijke uiteenzetting of een andere schriftelijke verklaring, waarin de zaak wordt opgehelderd en waarin, voor zover mogelijk en ter zake doende, wordt verwezen naar procedures en rechtsmiddelen die in het land zelf reeds zijn toegepast, nog hangende zijn of waartoe zou kunnen worden overgegaan.

(b).

Indien de zaak niet tot genoegen van de beide betrokken Staten die partij zijn wordt geregeld binnen zes maanden na ontvangst van de eerste kennisgeving door de ontvangende Staat, heeft elk der beide Staten het recht de zaak bij het Comité aanhangig te maken, door middel van een kennisgeving die zowel aan het Comité als aan de andere Staat wordt gezonden.

(c).

Het Comité behandelt een bij hem aanhangig gemaakte zaak alleen nadat het er zich van heeft overtuigd dat alle beschikbare binnenlandse rechtsmiddelen in de betrokken zaak zijn benut en uitgeput, in overeenstemming met de algemeen erkende beginselen van het internationale recht. Dit is evenwel niet het geval indien de toepassing der rechtsmiddelen onredelijk lange tijd vergt.

(d).

Het Comité komt in besloten zitting bijeen wanneer het kennisgevingen krachtens dit artikel gedaan aan een onderzoek onderwerpt.

(e).

Met inachtneming van het bepaalde in alinea (c) stelt het Comité zijn goede diensten ter beschikking van de betrokken Staten die partij zijn, ten einde de zaak in der minne te regelen op basis van eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden als erkend in dit Verdrag.

(f).

Bij elke bij hem aanhangig gemaakte zaak kan het Comité tot de betrokken in alinea (b) bedoelde Staten die partij zijn het verzoek richten ter zake dienende inlichtingen te verstrekken.

(g).

De in alinea (b) bedoelde betrokken Staten die partij zijn hebben het recht zich te doen vertegenwoordigen wanneer de zaak in het Comité wordt behandeld, en hun standpunt mondeling en/of schriftelijk kenbaar te maken.

(h).

Het Comité brengt twaalf maanden na de datum van ontvangst van een krachtens alinea (b) gedane kennisgeving een rapport uit als volgt: In elk van beide gevallen wordt het rapport toegezonden aan de betrokken Staten die partij zijn.

(i).

indien een oplossing als voorzien in alinea (e) is bereikt, beperkt het Comité zijn rapport tot een korte uiteenzetting van de feiten en van de bereikte oplossing;

(ii).

indien geen oplossing als voorzien in alinea (e) is bereikt, beperkt het Comité zijn rapport tot een korte uiteenzetting van de feiten; de schriftelijk kenbaar gemaakte standpunten en een op schrift gestelde samenvatting van de mondeling naar voren gebrachte standpunten van de Staten die partij zijn, worden aan het rapport gehecht.

2.

De bepalingen van dit artikel treden in werking wanneer tien Staten die partij zijn bij dit Verdrag verklaringen hebben afgelegd krachtens het eerste lid van dit artikel. Deze verklaringen worden door de Staten die partij zijn nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die afschrift daarvan doet toekomen aan de andere Staten die partij zijn. Een zodanige verklaring kan te allen tijde, door middel van een aan de Secretaris-Generaal gerichte kennisgeving, worden ingetrokken. Een zodanige intrekking heeft geen invloed op de behandeling van een zaak die het onderwerp vormt van een kennisgeving die reeds is gedaan krachtens dit artikel; geen enkele volgende kennisgeving door een Staat die partij is wordt in ontvangst genomen nadat de kennisgeving van intrekking van de verklaring door de Secretaris-Generaal is ontvangen, tenzij de betrokken Staat die partij is een nieuwe verklaring heeft afgelegd.