Article 20
in forceCompulsory enforcement
By way of derogation from Article 585, under (a), of the Code of Civil Procedure, a writ of execution or a judgment ordering the payment of damages to the tax collector in connection with an outstanding tax debt may, by judicial decision, be enforced by civil imprisonment.
With regard to a writ of execution issued to a body within the meaning of the General State Taxes Act (Algemene wet inzake rijksbelastingen), civil imprisonment (lijfsdwang) may be applied in respect of:
the director or liquidator of that entity or, in their absence, with respect to the last resigned or dismissed director or liquidator; and
the person who has determined or co-determined the policy of the legal entity as if he were a director;
unless it is not attributable to him that the tax debt has not been satisfied.
Articles 586 up to and including 600 of the Code of Civil Procedure shall apply mutatis mutandis to the enforcement by civil imprisonment (lijfsdwang) as referred to in the first paragraph.
The judicial proceedings for the application of civil imprisonment (lijfsdwang) shall be conducted before the court of the district within which the office is established of the receiver who has issued the writ of execution or the summons for payment of damages.
In afwijking in zoverre van artikel 585, onder a, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan een dwangbevel of een vonnis strekkend tot betaling van schadevergoeding aan de ontvanger in verband met belastingschuld die niet is voldaan, bij rechterlijk vonnis ten uitvoer worden gelegd door lijfsdwang.
Met betrekking tot een dwangbevel dat is uitgevaardigd aan een lichaam in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, kan lijfsdwang worden toegepast ten aanzien van:
de bestuurder of vereffenaar van dat lichaam of, bij ontstentenis, ten aanzien van de laatst afgetreden of ontslagen bestuurder of vereffenaar; en
degene die het beleid van het lichaam heeft bepaald of mede heeft bepaald als ware hij bestuurder;
tenzij het niet aan hem te wijten is dat de belastingschuld niet is voldaan.
De artikelen 586 tot en met 600 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing op de tenuitvoerlegging door lijfsdwang, bedoeld in het eerste lid.
De gerechtelijke procedure tot toepassing van lijfsdwang wordt gevoerd voor de rechtbank van het arrondissement waarbinnen het kantoor is gevestigd van de ontvanger die het dwangbevel of de dagvaarding strekkend tot betaling van schadevergoeding heeft uitgevaardigd.