Dutch Legislation

Article 304

in force

Debt rescheduling scheme for natural persons (schuldsaneringsregeling natuurlijke personen) · Homologation of a private composition

Bankruptcy Act (Faillissementswet) · Title III · Section 2 · In force since 2005-12-01

Source
1.

A counterparty is not entitled to suspend the performance of his obligation arising from an agreement for the regular delivery of gas, water, electricity or heating, required for the basic necessities of life, towards the debtor on account of the non-performance by the debtor of an obligation to pay a sum of money which arose prior to the judgment for the application of the debt restructuring scheme (schuldsaneringsregeling).

2.

A failure in the performance by the debtor as referred to in the first paragraph, which occurred prior to the judgment for the application of the debt restructuring scheme, does not constitute a ground for dissolution of an agreement as referred to in the first paragraph.

3.

Reliance by the other party on a stipulation that a judgment for the application of the debt restructuring scheme constitutes a ground for dissolution of an agreement as referred to in paragraph 1, or that such agreement shall thereby be dissolved by operation of law, is only permitted with the consent of the administrator.

1.

Een wederpartij is niet bevoegd de nakoming van zijn verbintenis die voortvloeit uit een overeenkomst tot het geregeld afleveren van gas, water, elektriciteit of verwarming, benodigd voor de eerste levensbehoeften, jegens de schuldenaar op te schorten wegens het door de schuldenaar niet nakomen van een verbintenis tot betaling van een geldsom die is ontstaan vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling.

2.

Een tekortkoming in de nakoming van de schuldenaar als in het eerste lid bedoeld, die plaatsvond vóór de uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, levert geen grond op voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid.

3.

Een beroep door de wederpartij op een beding dat een uitspraak tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling grond oplevert voor ontbinding van een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, dan wel dat die overeenkomst daardoor van rechtswege zal zijn ontbonden, is slechts toegelaten met goedvinden van de bewindvoerder.