Dutch Legislation

Article 33

in force

Of bankruptcy · Of the consequences of the declaration of bankruptcy

Bankruptcy Act (Faillissementswet) · Title I · Section 2 · In force since 2015-01-01

Source
1.

The judgment declaring the bankruptcy has the consequence that all judicial execution on any part of the assets of the debtor, commenced prior to the bankruptcy, comes to an immediate end, and that, also from the same moment, no judgment can be executed by civil imprisonment (*lijfsdwang*).

2.

Levied attachments lapse; the registration of a declaration to that effect by the supervisory judge authorizes the keeper of the public registers to effect cancellation. The attachment revives as soon as the bankruptcy comes to an end as a result of the annulment or lifting of the bankruptcy, provided that the property then still belongs to the estate. If the registration of the attachment in the public registers has been cancelled, the revival lapses if a writ is not registered within fourteen days after the revival, by which notice of the revival has been given to the debtor.

3.

If the debtor is in civil imprisonment, he shall be released as soon as the judgment declaring the bankruptcy has become final and conclusive, subject to the application of Article 87.

4.

The provisions of this article do not apply to civil imprisonment (lijfsdwang) in respect of judgments, orders and authentic instruments, whereby a maintenance payment, due pursuant to Book 1 of the Civil Code, including the amount due for the care and upbringing of a minor and for the maintenance and study of an adult who has not reached the age of twenty-one years, is ordered or promised, as well as orders, whereby a payment, due by one partner to the other partner pursuant to Article 85 paragraph 2 of Book 1 of the Civil Code, is ordered, as well as decisions on the basis of Section 6.5 of the Participation Act.

1.

Het vonnis van faillietverklaring heeft ten gevolge, dat alle gerechtelijke tenuitvoerlegging op enig deel van het vermogen van de schuldenaar, vóór het faillissement aangevangen, dadelijk een einde neemt, en dat, ook van hetzelfde ogenblik af, geen vonnis bij lijfsdwang kan worden ten uitvoer gelegd.

2.

Gelegde beslagen vervallen; de inschrijving van een desbetreffende verklaring van de rechter-commissaris machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling. Het beslag herleeft, zodra het faillissement een einde neemt ten gevolge van vernietiging of opheffing van het faillissement, mits het goed dan nog tot de boedel behoort. Indien de inschrijving van het beslag in de openbare registers is doorgehaald, vervalt de herleving, indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploot is ingeschreven, waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan.

3.

Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, wordt hij ontslagen, zodra het vonnis van faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan, behoudens toepassing van artikel 87.

4.

Het bepaalde bij dit artikel geldt niet voor lijfsdwang bij vonnissen, beschikkingen en authentieke akten, waarbij een uitkering tot levensonderhoud, krachtens het Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek verschuldigd, daaronder begrepen het verschuldigde voor verzorging en opvoeding van een minderjarige en voor levensonderhoud en studie van een meerderjarige die de leeftijd van een en twintig jaren niet heeft bereikt, is bevolen of toegezegd, alsmede beschikkingen, waarbij een uitkering, krachtens artikel 85 lid 2 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek door de ene partner aan de andere partner verschuldigd, is bevolen, alsmede besluiten op grond van paragraaf 6.5 van de Participatiewet.