Dutch Legislation

Article 58

in force

Miscellaneous provisions

European Convention on Human Rights (ECHR) · Title III · In force since 1998-11-01

Source
1.

A High Contracting Party may denounce this Convention only after the expiry of a period of five years from the date on which the Convention entered into force for it and with a notice period of six months, contained in a notification addressed to the Secretary General of the Council of Europe, who shall inform the other High Contracting Parties thereof.

2.

Such denunciation shall not have the effect of releasing the High Contracting Party concerned from the obligations laid down in this Convention in respect of any act which, being capable of constituting a violation of such obligations, may have been performed by it before the date at which the denunciation became effective.

3.

Under the same conditions, any High Contracting Party which ceases to be a Member of the Council of Europe shall cease to be a Party to this Convention.

4.

The Convention may be denounced in accordance with the provisions of the preceding paragraphs in respect of any territory to which it has been declared applicable pursuant to Article 56.

1.

Een Hoge Verdragsluitende Partij kan dit Verdrag slechts opzeggen na verloop van een termijn van 5 jaar na de datum waarop het Verdrag voor haar in werking is getreden en met een opzeggingstermijn van 6 maanden, vervat in een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, die de andere Hoge Verdragsluitende Partijen hiervan in kennis stelt.

2.

Deze opzegging kan niet tot gevolg hebben dat zij de betrokken Hoge Verdragsluitende Partij ontslaat van de verplichtingen, nedergelegd in dit Verdrag, die betrekking hebben op daden die een schending van deze verplichtingen zouden kunnen betekenen en door haar gepleegd zouden zijn voor het tijdstip waarop de opzegging van kracht werd.

3.

Onder dezelfde voorwaarden zal iedere Hoge Verdragsluitende Partij die ophoudt Lid van de Raad van Europa te zijn, ophouden Partij bij dit Verdrag te zijn.

4.

Het Verdrag kan worden opgezegd overeenkomstig de bepalingen van de voorafgaande leden met betrekking tot ieder gebied waarop het overeenkomstig artikel 56 van toepassing is verklaard.