Article 1676
in forceOf partnership (maatschap) · Of the obligations of the partners among themselves
In the absence of special stipulations regarding the manner of administration, the following rules shall be observed:
The partners are deemed to have mutually granted each other the power to manage, one for the other. That which each of them performs is also binding upon the share of the other partners, without his having obtained their consent; without prejudice to the right of the latter, or of one of them, to oppose the act, as long as it has not yet been concluded;
Each of the partners may make use of the property belonging to the partnership, provided that he uses the same for such purposes as those for which it is customarily intended, and provided that he does not avail himself thereof against the interest of the partnership or in such a manner that the other partners are thereby prevented from also making use of that property, according to their right;
Each partner has the power to oblige the other partners to bear the expenses which are necessary for the preservation of the property belonging to the partnership;
None of the partners may, without the consent of the others, introduce any innovations with respect to the immovable property which belongs to the partnership, even if he claimed that the same were advantageous to the partnership.
Bij gebreke van bijzondere bedingen omtrent de wijze van beheer, moeten de volgende regelen worden in acht genomen:
De vennooten worden geacht zich over en weder de magt te hebben verleend om, de een voor den anderen, te beheeren. Hetgeen ieder van hen verrigt is ook verbindende voor het aandeel der overige vennooten, zonder dat hij hunne toestemming hebbe bekomen; onverminderd het regt van deze laatstgemelden, of van een hunner, om zich tegen de handeling, zoo lang die nog niet gesloten is, te verzetten;
Ieder der vennooten mag gebruik maken van de goederen aan de maatschap toebehoorende, mits hij dezelve tot zoodanige einden gebruike, als waartoe zij gewoonlijk bestemd zijn, en mits hij zich van dezelve niet bediene tegen het belang der maatschap of op zoodanige wijze, dat de overige vennooten daardoor verhinderd worden om van die goederen, volgens hun regt, mede gebruik te maken;
Ieder vennoot heeft de bevoegdheid om de overige vennooten te verpligten in de onkosten te dragen, welke tot behoud der aan de maatschap behoorende goederen noodzakelijk zijn;
Geen der vennooten kan, zonder toestemming der overige, eenige nieuwigheden daarstellen ten aanzien der onroerende zaken, welke tot de maatschap behooren, al beweerde hij ook dat dezelve voor de maatschap voordeelig waren.