Dutch Legislation

Article 6:241

in force

Contracts in general · General terms and conditions

Civil Code — Book 6 (law of obligations) · Title 5 · Section 3 · In force since 2013-01-01

Source
1.

The Court of Appeal of The Hague has exclusive jurisdiction to hear claims as referred to in the preceding article.

2.

The legal persons referred to in the preceding Article shall have the powers regulated in Articles 217 and 376 of the Code of Civil Procedure; Article 379 of that Code shall not apply.

3.

Upon the claim of the plaintiff, there may be attached to the judgment

a.

a prohibition on the use of the clauses affected by the judgment or on the promotion thereof;

b.

an order to revoke a recommendation to use these clauses;

c.

an order to publish or have published the judgment, in such a manner as to be determined by the court and at the expense of the party or parties to be designated by the court.

4.

The court may indicate in its judgment the manner in which the unreasonably onerous nature of the terms to which the judgment relates can be removed.

5.

Disputes regarding the enforcement of the orders referred to in paragraph 3, as well as the order to pay a penalty sum (dwangsom), if such has been imposed, shall be decided exclusively by the Court of Appeal of The Hague (gerechtshof Den Haag).

6.

The preliminary relief judge (voorzieningenrechter) of the District Court of The Hague shall have exclusive jurisdiction to hear claims in summary proceedings (kort geding) seeking orders as referred to in paragraph 3, initiated by legal persons as referred to in Article 240, paragraph 3. Paragraph 5, as well as Articles 62, 116 paragraph 2, 1003, 1005, 1006 of the Code of Civil Procedure (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) shall apply mutatis mutandis.

1.

Het gerechtshof Den Haag is bij uitsluiting bevoegd tot kennisneming van vorderingen als in het vorige artikel bedoeld.

2.

De in het vorige artikel bedoelde rechtspersonen hebben de bevoegdheden, geregeld in de artikelen 217 en 376 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; artikel 379 van dat wetboek is niet van toepassing.

3.

Op vordering van de eiser kan aan de uitspraak worden verbonden

a.

een verbod van het gebruik van de door de uitspraak getroffen bedingen of van het bevorderen daarvan;

b.

een gebod om een aanbeveling tot het gebruik van deze bedingen te herroepen;

c.

een veroordeling tot het openbaar maken of laten openbaar maken van de uitspraak, zulks op door de rechter te bepalen wijze en op kosten van de door de rechter aan te geven partij of partijen.

4.

De rechter kan in zijn uitspraak aangeven op welke wijze het onredelijk bezwarend karakter van de bedingen waarop de uitspraak betrekking heeft, kan worden weggenomen.

5.

Geschillen terzake van de tenuitvoerlegging van de in lid 3 bedoelde veroordelingen, alsmede van de veroordeling tot betaling van een dwangsom, zo deze is opgelegd, worden bij uitsluiting door het gerechtshof Den Haag beslist.

6.

Tot kennisneming van vorderingen in kort geding strekkende tot veroordelingen als bedoeld in lid 3, ingesteld door rechtspersonen als bedoeld in artikel 240 lid 3, is de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag bij uitsluiting bevoegd. Lid 5, alsmede de artikelen 62, 116 lid 2, 1003, 1005, 1006 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering zijn van overeenkomstige toepassing.