Article 6:230x
in forceContracts in general · Provisions for contracts between traders and consumers · § Specific provisions for distance contracts and contracts concluded away from business premises regarding financial products and financial services
A consumer may dissolve a distance agreement or an agreement concluded outside business premises without being liable for a penalty and without giving reasons during fourteen calendar days from the day on which that agreement was entered into or, if this is later, during fourteen calendar days from the day on which the information that the financial enterprise must provide to him pursuant to Article 4:20 paragraph 1 of the Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht) has been received by him.
In deviation from paragraph 1, a consumer may dissolve a distance agreement or an agreement concluded away from business premises without being liable for a penalty and without giving reasons during thirty calendar days from the day on which he was notified of the conclusion of the agreement, or, if this is later, during thirty calendar days from the day on which the information that the financial enterprise must provide to him pursuant to Article 4:20 paragraph 1 of the Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht) was received by him, if it concerns an agreement regarding:
a life insurance policy with a term of more than six months;
an in-kind funeral insurance (natura-uitvaartverzekering);
fund formation as referred to in Article 230w, paragraph 1, subparagraph c; or
a tax-facilitated financial product that does not arise from an employment agreement and to which the Pensions Act (Pensioenwet), the Mandatory Participation in a Sectoral Pension Fund Act 2000 (Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000) and the Mandatory Occupational Pension Scheme Act (Wet verplichte beroepspensioenregeling) do not apply, with the objective of generating pension income for the consumer.
The consumer shall be deemed to have exercised the right referred to in paragraph 1 or paragraph 2 within the period referred to in paragraph 1 or paragraph 2, if he has sent the notice concerning the exercise of the right of dissolution (ontbinding) before the expiry of that period.
Paragraphs 1 and 2 shall not apply to:
agreements regarding financial products or financial services the value of which during the period referred to in the relevant paragraph is dependent on developments in the financial markets or other markets;
insurance agreements with a term of less than one month;
agreements which, at the express request of the consumer, have been fully performed before the consumer exercises the right referred to in paragraph 1 or paragraph 2;
credit agreements that have been dissolved in accordance with Article 230q paragraph 2 of Book 6 or Articles 50e paragraph 2, subparagraph c, 66 paragraph 1 or 67 paragraph 1 of Book 7 of the Civil Code;
credit agreements falling under Section 3 of Title 2b of Book 7 of the Civil Code; and
other agreements regarding financial products to be designated by administrative order.
If a distance agreement or an off-premises agreement is linked to another agreement regarding a good or service provided by the financial enterprise or by a third party on the basis of an agreement between the financial enterprise and this third party, the dissolution of the distance agreement or off-premises agreement in accordance with paragraph 1 or paragraph 2 shall entail by operation of law and without the consumer being liable for any penalty, the dissolution of that linked agreement.
Article 230v paragraph 6, first sentence, shall apply mutatis mutandis.
If the consumer has not received the information that the financial enterprise is required to provide to him pursuant to Article 4:20, paragraph 1 of the Financial Supervision Act (Wet op het financieel toezicht), the period referred to in paragraph 1 or paragraph 2 shall in any event expire after twelve months and fourteen days from the day on which the distance contract or the contract concluded away from business premises was concluded. This paragraph shall not apply if the consumer has not been informed by the financial enterprise about the right of dissolution (ontbinding) referred to in paragraph 1 or paragraph 2.
Een consument kan een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen ontbinden gedurende veertien kalenderdagen vanaf de dag waarop die overeenkomst is aangegaan dan wel, indien dit later is, gedurende veertien kalenderdagen vanaf de dag waarop de informatie die de financiële onderneming hem op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht, dient te verstrekken, door hem is ontvangen.
In afwijking van lid 1 kan een consument een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte zonder een boete verschuldigd te zijn en zonder opgave van redenen ontbinden gedurende dertig kalenderdagen vanaf de dag waarop hij van het tot stand komen van de overeenkomst in kennis is gesteld, dan wel, indien dit later is, gedurende dertig kalenderdagen vanaf de dag waarop de informatie die de financiële onderneming hem op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht, dient te verstrekken, door hem is ontvangen, indien sprake is van een overeenkomst inzake:
een levensverzekering met een looptijd van meer dan zes maanden;
een natura-uitvaartverzekering;
fondsvorming als bedoeld in artikel 230w lid 1, onderdeel c; of
een fiscaal gefaciliteerd financieel product dat niet voortkomt uit een arbeidsrechtelijke overeenkomst en waarop de Pensioenwet, de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 en de Wet verplichte beroepspensioenregeling niet van toepassing zijn, met als doel het genereren van pensioeninkomen voor de consument.
De consument wordt geacht het in lid 1 of lid 2 bedoelde recht binnen de in lid 1 of lid 2 bedoelde termijn te hebben uitgeoefend, indien hij de kennisgeving betreffende de uitoefening van het recht van ontbinding voor het verstrijken van die termijn heeft verzonden.
De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op:
overeenkomsten inzake financiële producten of financiële diensten waarvan de waarde gedurende de termijn, bedoeld in het desbetreffende lid, afhankelijk is van ontwikkelingen op de financiële markten of andere markten;
overeenkomsten inzake verzekeringen met een looptijd van minder dan een maand;
overeenkomsten die op uitdrukkelijk verzoek van de consument volledig zijn uitgevoerd voordat de consument gebruik maakt van het in het lid 1 of lid 2 bedoelde recht;
overeenkomsten inzake krediet die zijn ontbonden overeenkomstig artikel 230q lid 2 van Boek 6 of de artikelen 50e lid 2, onderdeel c, 66 lid 1 of 67 lid 1 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek;
overeenkomsten inzake krediet die vallen onder afdeling 3 van titel 2b van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; en
bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere overeenkomsten inzake financiële producten.
Indien aan een overeenkomst op afstand of een overeenkomst buiten de verkoopruimte een andere overeenkomst verbonden is met betrekking tot een zaak of dienst die door de financiële onderneming wordt geleverd of door een derde op grond van een overeenkomst tussen de financiële onderneming en deze derde, brengt de ontbinding van de overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte overeenkomstig lid 1 of lid 2 van rechtswege en zonder dat de consument een boete verschuldigd is, de ontbinding met zich van die verbonden overeenkomst.
Artikel 230v lid 6, eerste zin, is van overeenkomstige toepassing.
Indien de consument de informatie die de financiële onderneming hem op grond van artikel 4:20 lid 1 van de Wet op het financieel toezicht dient te verstrekken, niet heeft ontvangen, verstrijkt de in lid 1 of lid 2 bedoelde termijn in elk geval na twaalf maanden en veertien dagen vanaf de dag waarop de overeenkomst op afstand of de overeenkomst buiten de verkoopruimte werd gesloten. Dit lid is niet van toepassing indien de consument niet door de financiële onderneming over het in lid 1 of lid 2 bedoelde recht op ontbinding is geïnformeerd.