Dutch Legislation

Article 6:228

in force

Contracts in general · The formation of agreements

Civil Code — Book 6 (law of obligations) · Title 5 · Section 2 · In force since 1992-01-01

Source
1.

An agreement which has been entered into under the influence of error (dwaling) and which would not have been concluded had there been a correct assessment of the facts, is voidable:

a.

if the error is attributable to information provided by the other party, unless the latter could assume that the agreement would also have been concluded without this information;

b.

if the counterparty, in connection with what they knew or ought to have known regarding the error, ought to have informed the party in error;

c.

if the counterparty, at the time of entering into the agreement, proceeded on the basis of the same incorrect assumption as the party in error, unless the counterparty, even if it had a correct representation of the facts, would not have had to understand that the party in error would thereby have been prevented from entering into the agreement.

2.

An annulment cannot be based on an error which concerns an exclusively future circumstance or which, in connection with the nature of the agreement, the prevailing opinions in society or the circumstances of the case, should remain for the account of the person in error.

1.

Een overeenkomst die is tot stand gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is vernietigbaar:

a.

indien de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij, tenzij deze mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten;

b.

indien de wederpartij in verband met hetgeen zij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de dwalende had behoren in te lichten;

c.

indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling als de dwalende is uitgegaan, tenzij zij ook bij een juiste voorstelling van zaken niet had behoeven te begrijpen dat de dwalende daardoor van het sluiten van de overeenkomst zou worden afgehouden.

2.

De vernietiging kan niet worden gegrond op een dwaling die een uitsluitend toekomstige omstandigheid betreft of die in verband met de aard van de overeenkomst, de in het verkeer geldende opvattingen of de omstandigheden van het geval voor rekening van de dwalende behoort te blijven.