Dutch Legislation

Article 6:107

in force

Obligations in general · Statutory obligations to provide compensation

Civil Code — Book 6 (law of obligations) · Title 1 · Section 10 · In force since 2019-01-01

Source
1.

If a person sustains physical or mental injury as a result of an event for which another person is liable, that other person is, in addition to compensating the damage of the injured person himself, also obliged to compensate:

a.

the costs incurred by a third party, other than pursuant to an insurance policy, for the benefit of the injured person and which the latter, had he incurred them himself, could have claimed from that other person; and

b.

an amount or amounts to be determined by or pursuant to an Order in Council for disadvantage which does not consist in patrimonial damage suffered by the close relatives referred to in paragraph 2 of the injured person with serious and permanent injury.

2.

The next of kin, referred to in paragraph 1 under (b), are:

a.

the spouse or registered partner of the injured person, who at the time of the event was not legally separated (scheiding van tafel en bed);

b.

the life companion of the injured person, who at the time of the event maintains a joint household with the latter on a structural basis;

c.

the person who, at the time of the event, is the parent of the injured person;

d.

the person who, at the time of the event, is the child of the injured person;

e.

the person who, at the time of the event, on a long-term basis within a family context, has the care of the injured person;

f.

the person for whom the injured party, at the time of the event, provided care on a long-term basis within a family context;

g.

another person who stands in such a close personal relationship to the injured person that it follows from the requirements of reasonableness and fairness that he shall be regarded as a close person for the purposes of paragraph 1, subparagraph (b).

3.

By general administrative measure, rules may be established further determining when injury is to be classified as serious and permanent injury as referred to in paragraph 1, subparagraph (b).

4.

Without prejudice to Article 6, paragraph 2, of the Motor Vehicle Liability Insurance Act (Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen), claims of third parties regarding damage suffered as a result of the injury may not be exercised to the detriment of the injured party's right to compensation.

5.

A person who is held liable for damages pursuant to paragraph 1 may raise the same defence that would have been available to him against the injured person.

1.

Indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, lichamelijk of geestelijk letsel oploopt, is die ander behalve tot vergoeding van de schade van de gekwetste zelf, ook verplicht tot vergoeding van:

a.

de kosten die een derde anders dan krachtens een verzekering ten behoeve van de gekwetste heeft gemaakt en die deze laatste, zo hij ze zelf zou hebben gemaakt, van die ander had kunnen vorderen; en

b.

een bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag of bedragen voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat geleden door de in lid 2 genoemde naasten van de gekwetste met ernstig en blijvend letsel.

2.

De naasten, bedoeld in lid 1 onder b, zijn:

a.

de ten tijde van de gebeurtenis niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of geregistreerde partner van de gekwetste;

b.

de levensgezel van de gekwetste, die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam met deze een gemeenschappelijke huishouding voert;

c.

degene die ten tijde van de gebeurtenis de ouder van de gekwetste is;

d.

degene die ten tijde van de gebeurtenis het kind van de gekwetste is;

e.

degene die ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg voor de gekwetste heeft;

f.

degene voor wie de gekwetste ten tijde van de gebeurtenis duurzaam in gezinsverband de zorg heeft;

g.

een andere persoon die in een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de gekwetste staat, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hij voor de toepassing van lid 1 onder b als naaste wordt aangemerkt.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld waarmee nader wordt bepaald wanneer letsel als ernstig en blijvend letsel als bedoeld in lid 1 onder b wordt aangemerkt.

4.

Onverminderd artikel 6, tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen kunnen aanspraken van derden ter zake van als gevolg van het letsel geleden schade niet ten nadele van het recht op schadevergoeding van de gekwetste worden uitgeoefend.

5.

Hij die krachtens lid 1 tot schadevergoeding wordt aangesproken kan hetzelfde verweer voeren dat hem jegens de gekwetste ten dienste zou hebben gestaan.