Article 4:220
in forceConsequences of succession · Settlement of the estate
After a distribution list has become binding, the liquidator is obliged to pay to everyone that which is due to them according to the distribution list. Sums of money which have not been disposed of within six months or which have been reserved shall be placed by a liquidator appointed by the court into custody at the place designated for the receipt of judicial consignations.
Creditors of the estate who only come forward after a distribution list has become binding shall, without prejudice to their recourse against the assets of heirs who are liable with their entire patrimony, only have a right of recourse against the assets then still unsold and against the balance of the estate. They shall be satisfied therefrom in the order in which they present themselves.
Furthermore, creditors as referred to in Article 7, paragraph 1, under (a) through (g) who have not been satisfied, shall have a right of recourse against legatees, insofar as the latter have received a distribution and do not designate sufficient assets for recourse as referred to in the previous paragraph. The right of recourse against a legatee shall lapse three years after the distribution list, according to which the distribution to him was made, has become binding.
When a claim of a person entitled to a statutory share (legitimaris), which has not been included in the distribution list pursuant to the third sentence of Article 218, paragraph 4, becomes exigible, the person entitled to a statutory share may, without prejudice to his recourse in accordance with paragraphs 2 and 3, hold an heir or legatee liable for that part of the debt to him which rests upon such heir or legatee in accordance with Article 87, paragraphs 5 and 6.
Na het verbindend worden van een uitdelingslijst is de vereffenaar verplicht een ieder het hem volgens de uitdelingslijst toekomende uit te keren. Geldsbedragen waarover niet binnen zes maanden is beschikt of die gereserveerd zijn, geeft een door de rechter benoemde vereffenaar in bewaring ter plaatse tot het ontvangen van gerechtelijke consignatiën aangewezen.
Schuldeisers van de nalatenschap die pas na het verbindend worden van een uitdelingslijst opkomen, hebben, onverminderd hun verhaal op de goederen van erfgenamen die met hun gehele vermogen aansprakelijk zijn, alleen recht van verhaal op de alsdan nog onverkochte goederen en op het saldo der nalatenschap. Zij worden daaruit voldaan naar gelang zij zich aanmelden.
Bovendien hebben schuldeisers als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met g die niet voldaan zijn, nog een recht van verhaal tegen legatarissen, voor zover dezen een uitkering hebben ontvangen en niet voldoende goederen voor verhaal als bedoeld in het vorige lid aanwijzen. Het recht van verhaal tegen een legataris vervalt drie jaren na het verbindend worden van de uitdelingslijst, volgens welke de uitkering aan hem is geschied.
Wanneer een ingevolge artikel 218 lid 4, derde zin, niet in de uitdelingslijst opgenomen vordering van een legitimaris opeisbaar wordt, kan de legitimaris, onverminderd zijn verhaal overeenkomstig de leden 2 en 3, voor het gedeelte van de schuld aan hem dat overeenkomstig artikel 87 leden 5 en 6 op een erfgenaam of legataris rust, deze erfgenaam of legataris aanspreken.