Dutch Legislation

Article 4:221

in force

Consequences of succession · Settlement of the estate

Civil Code — Book 4 (inheritance law) · Title 6 · Section 3 · In force since 2003-01-01

Source
1.

The obligations described in Articles 214, paragraphs 1 and 5, and 218 shall rest upon the heirs who are liquidators by virtue of acceptance under benefit of inventory only if the subdistrict court so determines.

2.

A liquidator appointed by the court is not required to deposit accounts and a distribution list if all debts known to him before the expiry of the period referred to in Article 218, paragraph 1, are paid in full, or if the subdistrict court (kantonrechter) exempts him from such deposit. This exemption shall not be granted if a creditor objects thereto.

3.

If the rendering of accounts and distribution is not filed, it shall be made to those who have a right to the surplus, in the manner as prescribed for administrators (bewindvoerders).

1.

De in de artikelen 214, eerste en vijfde lid, en 218 omschreven verplichtingen rusten op de erfgenamen die uit hoofde van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving vereffenaar zijn, slechts indien de kantonrechter dit bepaalt.

2.

Een door de rechter benoemde vereffenaar behoeft een rekening en verantwoording en een uitdelingslijst niet neer te leggen, wanneer alle hem voor de afloop van de in artikel 218, eerste lid, bedoelde termijn bekend geworden schulden ten volle worden voldaan, of wanneer de kantonrechter hem van deze neerlegging vrijstelt. Deze vrijstelling wordt niet verleend, wanneer een schuldeiser daartegen bezwaar maakt.

3.

Wordt de rekening en verantwoording niet neergelegd, dan geschiedt zij aan hen die een recht op het overschot hebben, op de wijze als voor bewindvoerders is bepaald.