Article 4:37
in forceIntestate succession of the spouse not legally separated (niet van tafel en bed gescheiden) and of the children, as well as other statutory rights · Other statutory rights
The person who, pursuant to Articles 35 and 36, claims a lump sum, has a claim against the joint heirs. The possibility to claim a lump sum shall lapse if the person entitled has not declared that he wishes to receive the lump sum within a reasonable period set for him by an interested party, and at the latest nine months after the death of the deceased.
The claim is not exigible until six months have elapsed after the death of the deceased.
The right of action shall be barred by the lapse of one year after the death of the deceased. If the deceased leaves a spouse (echtgenoot) behind, this period shall be extended, for the person who has made a claim for a lump sum pursuant to Article 36, until one year after the death of that spouse.
The lump sums shall collectively amount to no more than half of the value of the estate; in so far as necessary, they shall each undergo a proportional reduction. For the purposes of this Article, the value of the estate shall be understood as the value of the assets of the estate, less the debts referred to in Article 7, paragraph 1, under (a) to (e) inclusive.
The satisfaction of the lump sums shall be borne by the portion of the estate that has not been disposed of by testamentary disposition, and subsequently, if this is insufficient, by the bequests; Article 87, paragraph 2, second sentence, shall apply mutatis mutandis to an abatement.
Degene die krachtens de artikelen 35 en 36 aanspraak maakt op een som ineens, heeft een vordering op de gezamenlijke erfgenamen. De mogelijkheid om aanspraak te maken op een som ineens vervalt, indien de rechthebbende niet binnen een redelijke, hem door een belanghebbende gestelde termijn, en uiterlijk negen maanden na het overlijden van de erflater, heeft verklaard dat hij de som ineens wenst te ontvangen.
De vordering is niet opeisbaar totdat zes maanden zijn verstreken na het overlijden van de erflater.
De rechtsvordering verjaart door verloop van een jaar na het overlijden van de erflater. Indien die erflater een echtgenoot achterlaat, wordt voor degene die krachtens artikel 36 aanspraak op een som ineens heeft gemaakt, deze termijn verlengd tot een jaar na het overlijden van die echtgenoot.
De sommen ineens bedragen gezamenlijk ten hoogste de helft van de waarde der nalatenschap; voor zoveel nodig ondergaan zij elk een evenredige vermindering. Onder de waarde der nalatenschap wordt in dit artikel verstaan de waarde van de goederen der nalatenschap, verminderd met de in artikel 7 lid 1 onder a tot en met e vermelde schulden.
De voldoening van de sommen ineens komt ten laste van het gedeelte der nalatenschap waarover niet bij uiterste wilsbeschikking is beschikt, en vervolgens, zo dit onvoldoende is, van de makingen; artikel 87 lid 2, tweede zin, is op een inkorting van overeenkomstige toepassing.