Dutch Legislation

Article 4:3

in force

General provisions

Civil Code — Book 4 (inheritance law) · Title 1 · In force since 2003-01-01

Source
1.

By operation of law, the following persons are unworthy to benefit from an estate:

a.

he who has been irrevocably convicted of having killed the deceased, having attempted to kill him, having prepared that act, or having participated therein;

b.

a person who has been irrevocably convicted of an intentional offence committed against the deceased for which, according to the Dutch statutory description, a custodial sentence with a maximum of at least four years is prescribed, or for an attempt to commit, preparation of, or participation in such an offence;

c.

he who has been determined by an irrevocable judicial decision to have slanderously brought an accusation against the deceased of a crime for which, according to the Dutch statutory definition, a custodial sentence with a maximum of at least four years is prescribed;

d.

he who, by means of a physical act or by threat of a physical act, has compelled or prevented the deceased from making a last will and testament;

e.

he who has embezzled, destroyed or forged the last will of the deceased.

2.

Rights acquired by third parties in good faith before the unworthiness has been established shall be respected. However, in the event that the assets were acquired for no consideration, the court may award to the persons entitled thereto, and at the expense of the person who has enjoyed a benefit therefrom, compensation to be determined in accordance with the principles of equity.

3.

An unworthiness shall lapse when the deceased has forgiven the unworthy person for his conduct in an unequivocal manner.

1.

Van rechtswege zijn onwaardig om uit een nalatenschap voordeel te trekken:

a.

hij die onherroepelijk veroordeeld is ter zake dat hij de overledene heeft omgebracht, heeft getracht hem om te brengen, dat feit heeft voorbereid of daaraan heeft deelgenomen;

b.

hij die onherroepelijk veroordeeld is wegens een opzettelijk tegen de erflater gepleegd misdrijf waarop naar de Nederlandse wettelijke omschrijving een vrijheidsstraf is gesteld met een maximum van ten minste vier jaren, dan wel wegens poging tot, voorbereiding van, of deelneming aan een dergelijk misdrijf;

c.

hij van wie bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is vastgesteld dat hij tegen de erflater lasterlijk een beschuldiging van een misdrijf heeft ingebracht, waarop naar de Nederlandse wettelijke omschrijving een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste vier jaren is gesteld;

d.

hij die de overledene door een feitelijkheid of door bedreiging met een feitelijkheid heeft gedwongen of belet een uiterste wilsbeschikking te maken;

e.

hij die de uiterste wil van de overledene heeft verduisterd, vernietigd of vervalst.

2.

Rechten door derden te goeder trouw verkregen voordat de onwaardigheid is vastgesteld worden geëerbiedigd. In geval echter de goederen om niet zijn verkregen, kan de rechter aan de rechthebbenden, en ten laste van hem die daardoor voordeel heeft genoten, een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen.

3.

Een onwaardigheid vervalt, wanneer de erflater aan de onwaardige op ondubbelzinnige wijze zijn gedraging heeft vergeven.