Article 3:168
in forceCommunity · General provisions
The participants may regulate the enjoyment, the use and the management of communal property by agreement.
Insofar as an agreement is lacking, the subdistrict court may, at the petition of the most diligent party, establish such an arrangement, if necessary with the placement of the assets under administration. In doing so, the court shall take into account, in accordance with equity, both the interests of the parties and the public interest.
An existing arrangement may, at the petition of the most interested party, be amended or set aside by the subdistrict court judge on the grounds of unforeseen circumstances.
An arrangement is also binding on the successors in title of a joint owner.
To an administration established in accordance with paragraph 2, Articles 154, 157 to 166 inclusive, 168, 172, 173 and 174 of Book 4 shall apply mutatis mutandis, insofar as the subdistrict court has not determined otherwise, on the understanding that the subdistrict court may also regulate the remuneration referred to in Article 159 of Book 4 differently on the basis of special circumstances, and that it may at any time order the provision of security referred to in Article 160 of Book 4. It may be terminated by a joint decision of the co-participants or by the subdistrict court upon the petition of one of them.
De deelgenoten kunnen het genot, het gebruik en het beheer van gemeenschappelijke goederen bij overeenkomst regelen.
Voor zover een overeenkomst ontbreekt, kan de kantonrechter op verzoek van de meest gerede partij een zodanige regeling treffen, zo nodig met onderbewindstelling van de goederen. Hij houdt daarbij naar billijkheid rekening zowel met de belangen van partijen als met het algemeen belang.
Een bestaande regeling kan op verzoek van de meest gerede partij door de kantonrechter wegens onvoorziene omstandigheden gewijzigd of buiten werking gesteld worden.
Een regeling is ook bindend voor de rechtverkrijgenden van een deelgenoot.
Op een overeenkomstig lid 2 ingesteld bewind zijn, voor zover de kantonrechter niet anders heeft bepaald, de artikelen 154, 157 tot en met 166, 168, 172, 173 en 174 van Boek 4, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de kantonrechter de in artikel 159 van Boek 4 bedoelde beloning ook op grond van bijzondere omstandigheden anders kan regelen, alsmede dat hij de in artikel 160 van Boek 4 bedoelde zekerheidstelling te allen tijde kan bevelen. Het kan door een gezamenlijk besluit van de deelgenoten of op verzoek van een hunner door de kantonrechter worden opgeheven.