Article 3:37
in forceJuridical acts
Unless otherwise provided, statements, including communications, may be made in any form, and they may be implied in one or more conducts.
If it is stipulated that a statement must be made in writing, it may, insofar as the contrary does not follow from the purport of that stipulation, also be made by writ (exploit).
A declaration directed towards a specific person must, in order to have effect, have reached that person. Nevertheless, a declaration which has not reached the person to whom it was directed, or has not reached him in a timely manner, shall also have effect if this failure to reach him or the lack of timeliness is the result of his own act, of the act of persons for whom he is liable, or of other circumstances which relate to his person and justify that he bears the disadvantage.
Where a person or means designated for that purpose by the sender has incorrectly transmitted a declaration addressed to another, that which has come to the knowledge of the recipient shall be deemed to be the declaration of the sender, unless the method of transmission used was determined by the recipient.
In order to be effective, the withdrawal of a declaration addressed to a specific person must reach that person before or at the same time as the withdrawn declaration.
Tenzij anders is bepaald, kunnen verklaringen, met inbegrip van mededelingen, in iedere vorm geschieden, en kunnen zij in een of meer gedragingen besloten liggen.
Indien bepaald is dat een verklaring schriftelijk moet worden gedaan, kan zij, voor zover uit de strekking van die bepaling niet anders volgt, ook bij exploit geschieden.
Een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om haar werking te hebben, die persoon hebben bereikt. Nochtans heeft ook een verklaring die hem tot wie zij was gericht, niet of niet tijdig heeft bereikt, haar werking, indien dit niet of niet tijdig bereiken het gevolg is van zijn eigen handeling, van de handeling van personen voor wie hij aansprakelijk is, of van andere omstandigheden die zijn persoon betreffen en rechtvaardigen dat hij het nadeel draagt.
Wanneer een door de afzender daartoe aangewezen persoon of middel een tot een ander gerichte verklaring onjuist heeft overgebracht, geldt het ter kennis van de ontvanger gekomene als de verklaring van de afzender, tenzij de gevolgde wijze van overbrenging door de ontvanger was bepaald.
Intrekking van een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring moet, om haar werking te hebben, die persoon eerder dan of gelijktijdig met de ingetrokken verklaring bereiken.