Article 3:34
in forceJuridical acts
If a person whose mental faculties are permanently or temporarily disturbed has made a declaration, a will corresponding to that declaration is deemed to be absent if the disturbance prevented a reasonable appreciation of the interests involved in the act, or if the declaration was made under the influence of that disturbance. A declaration is presumed to have been made under the influence of the disturbance if the juridical act was disadvantageous to the mentally disturbed person, unless the disadvantage was not reasonably foreseeable at the time of the juridical act.
Such a lack of will renders a juridical act voidable. A unilateral juridical act that was not addressed to one or more specific persons, however, becomes void due to the lack of will.
Heeft iemand wiens geestvermogens blijvend of tijdelijk zijn gestoord, iets verklaard, dan wordt een met de verklaring overeenstemmende wil geacht te ontbreken, indien de stoornis een redelijke waardering der bij de handeling betrokken belangen belette, of indien de verklaring onder invloed van die stoornis is gedaan. Een verklaring wordt vermoed onder invloed van de stoornis te zijn gedaan, indien de rechtshandeling voor de geestelijk gestoorde nadelig was, tenzij het nadeel op het tijdstip van de rechtshandeling redelijkerwijze niet was te voorzien.
Een zodanig ontbreken van wil maakt een rechtshandeling vernietigbaar. Een eenzijdige rechtshandeling die niet tot een of meer bepaalde personen gericht was, wordt door het ontbreken van wil echter nietig.