Dutch Legislation

Article 2:55

in force

Cooperatives and mutual insurance societies · General provisions

Civil Code — Book 2 (legal persons) · Title 3 · Section 1 · In force since 1992-01-01

Source
1.

Those who were members at the time of the dissolution, or ceased to be members less than one year prior thereto, shall be liable to the legal person for a deficit according to the criteria set forth in the articles of association; if a cooperative or a mutual insurance society (onderlinge waarborgmaatschappij) is dissolved due to its insolvency after having been declared bankrupt, the one-year period shall be calculated not from the date of dissolution, but from the date of the bankruptcy order. The articles of association may establish a period longer than one year.

2.

If the articles of association do not contain a criterion for the liability of each person, then all shall be liable for equal shares.

3.

If the amount of the share in the deficit cannot be recovered from one or more of the members or former members, the remaining members and former members shall be liable for the shortfall, each in proportion to their share. This liability also exists if the liquidators waive recovery from one or more members or former members on the grounds that the exercise of the right of recovery would not yield an asset for the estate. If the liquidation is carried out under the supervision of persons charged by law with such supervision, the liquidators may only waive such recovery with the authorisation of these persons.

4.

The liable members and former members are bound to make immediate payment of their share in an estimated deficit, increased by 50 per cent, or such lesser amount as the liquidators deem sufficient, for the provisional coverage of a further assessment for the costs of collection and for the share of those who may remain in default of fulfilling their obligation.

5.

A member or former member is not authorised to set off his debt arising under this Article.

1.

Zij die bij de ontbinding leden waren, of minder dan een jaar te voren hebben opgehouden leden te zijn, zijn tegenover de rechtspersoon naar de in de statuten aangegeven maatstaf voor een tekort aansprakelijk; wordt een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij ontbonden door haar insolventie nadat zij in staat van faillissement is verklaard, dan wordt de termijn van een jaar niet van de dag der ontbinding, maar van de dag der faillietverklaring gerekend. De statuten kunnen een langere termijn dan een jaar vaststellen.

2.

Bevatten de statuten niet een maatstaf voor ieders aansprakelijkheid, dan zijn allen voor gelijke delen aansprakelijk.

3.

Kan op een of meer van de leden of oud-leden het bedrag van zijn aandeel in het tekort niet worden verhaald, dan zijn voor het ontbrekende de overige leden en oud-leden, ieder naar evenredigheid van zijn aandeel, aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid bestaat ook, indien de vereffenaars afzien van verhaal op een of meer leden of oud-leden, op grond dat door de uitoefening van het verhaalsrecht een bate voor de boedel niet zou worden verkregen. Indien de vereffening geschiedt onder toezicht van personen, door de wet met dat toezicht belast, kunnen de vereffenaars van dat verhaal slechts afzien met machtiging van deze personen.

4.

De aansprakelijke leden en oud-leden zijn gehouden tot onmiddellijke betaling van hun aandeel in een geraamd tekort, vermeerderd met 50 ten honderd, of zoveel minder als de vereffenaars voldoende achten, tot voorlopige dekking van een nadere omslag voor de kosten van invordering en van het aandeel van hen, die in gebreke mochten blijven aan hun verplichting te voldoen.

5.

Een lid of oud-lid is niet bevoegd tot verrekening van zijn schuld uit hoofde van dit artikel.