Dutch Legislation

Article 2:36

in force

Associations

Civil Code — Book 2 (legal persons) · Title 2 · In force since 2022-10-01

Source
1.

Unless the articles of association provide otherwise, notice of termination of membership may only be given towards the end of a financial year and subject to a notice period of four weeks; the General Term Act (Algemene termijnenwet) shall not apply to this period. In any event, membership may be terminated towards the end of the financial year following that in which notice is given, or immediately, if it cannot reasonably be required to allow the membership to continue.

2.

A notice of termination in violation of the provisions of the preceding paragraph shall cause the membership to terminate at the earliest permitted time following the date for which notice was given.

3.

A member may furthermore terminate his membership with immediate effect within one month after a resolution whereby his rights have been restricted or his obligations have been increased has become known to him or has been communicated to him; the resolution shall then not apply to him. This power of termination may be denied to the members by the articles of association in the event of an amendment to the rights and obligations precisely defined therein and furthermore, in general, in the event of an amendment to financial rights and obligations.

4.

A member may also terminate his membership with immediate effect within one month after a resolution has been communicated to him for the conversion of the association into another legal form, for a merger or for a division.

1.

Tenzij de statuten anders bepalen, kan opzegging van het lidmaatschap slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken; op deze termijn is de Algemene termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het lidmaatschap worden beëindigd tegen het eind van het boekjaar, volgend op dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk, indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

2.

Een opzegging in strijd met het in het vorige lid bepaalde, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.

3.

Een lid kan voorts zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing. Deze bevoegdheid tot opzegging kan de leden bij de statuten worden ontzegd voor het geval van wijziging van de daar nauwkeurig omschreven rechten en verplichtingen en voorts in het algemeen voor het geval van wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen.

4.

Een lid kan zijn lidmaatschap ook met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.