Dutch Legislation

Article 10:99

in force

Parentage · The content of family law relationships arising from descent

Civil Code — Book 10 (private international law) · Title 5 · Section 4 · In force since 2012-01-01

Source
1.

Without prejudice to what is provided regarding specific subjects, the content of the family law relations between parents and child is determined by the law of the state of the common nationality of the parents or, if this is lacking, by the law of the state where the parents each have their habitual residence or, if this is also lacking, by the law of the state of the habitual residence of the child.

2.

If family law relationships exist solely between the mother and the child, the content of these family law relationships is determined by the law of the state of the common nationality of the mother and the child. In the absence of a common nationality, it is determined by the law of the habitual residence of the child.

3.

When the parents, or the mother and the child respectively, have a common nationality, for the application of paragraph 1, or paragraph 2 respectively, the law of that nationality shall apply as their national law, regardless of whether both or either of them possesses another nationality. If the parents, or the mother and the child respectively, possess more than one common nationality, they shall be deemed to possess no common nationality.

1.

Onverminderd hetgeen ten aanzien van bijzondere onderwerpen is bepaald, wordt de inhoud van de familierechtelijke betrekkingen tussen ouders en kind bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de ouders of, indien dit ontbreekt, door het recht van de staat waar de ouders elk hun gewone verblijfplaats hebben of, indien ook dit ontbreekt, door het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind.

2.

Bestaan alleen familierechtelijke betrekkingen tussen de moeder en het kind, dan wordt de inhoud van deze familierechtelijke betrekkingen bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en het kind. Bij gebreke van een gemeenschappelijke nationaliteit wordt zij bepaald door het recht van de gewone verblijfplaats van het kind.

3.

Wanneer de ouders, onderscheidenlijk de moeder en het kind een nationaliteit gemeenschappelijk hebben, geldt voor de toepassing van lid 1, onderscheidenlijk lid 2 als hun nationale recht het recht van die nationaliteit, ongeacht of zij beiden of een hunner nog een andere nationaliteit bezitten. Bezitten de ouders, onderscheidenlijk de moeder en het kind meer dan een gemeenschappelijke nationaliteit, dan worden zij geacht geen gemeenschappelijke nationaliteit te bezitten.