Dutch Legislation

Article 1:156

in force

Dissolution of marriage · Divorce (echtscheiding)

Civil Code — Book 1 · Title 9 · Section 2 · In force since 2020-01-01

Source
1.

The judge may, in the divorce order or in a subsequent judgment, award to the spouse who does not have sufficient income for his maintenance, nor can reasonably acquire such, upon his petition, a maintenance allowance at the expense of the other spouse.

2.

When determining the allowance, the court may take into account the need for a provision for maintenance in the event of the death of the person who is obliged to pay the allowance.

3.

The court may, upon the petition of one of the spouses, award the allowance subject to the determination of conditions and of a term. This determination cannot have the consequence that the allowance ends later than on the basis of the applicable term referred to in Article 157.

1.

De rechter kan bij de echtscheidingsbeschikking of bij latere uitspraak aan de echtgenoot die niet voldoende inkomsten tot zijn levensonderhoud heeft, noch zich in redelijkheid kan verwerven op diens verzoek ten laste van de andere echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toekennen.

2.

Bij de vaststelling van de uitkering kan de rechter rekening houden met de behoefte aan een voorziening in het levensonderhoud voor het geval van overlijden van degene die tot de uitkering is gehouden.

3.

De rechter kan op verzoek van een van de echtgenoten de uitkering toekennen onder de vaststelling van voorwaarden en van een termijn. Deze vaststelling kan niet tot gevolg hebben dat de uitkering later eindigt dan op grond van de toepasselijke termijn, bedoeld in artikel 157.