Article 6
in forceQuality requirements
The curator shall have a complaints procedure and shall provide it to the person placed under curatorship (onder curatele gestelde) upon or without delay after his appointment.
The complaints procedure shall state at least:
that a complaint may be filed by the person entitled to petition for curatorship (curatele) as referred to in Article 379, paragraphs 1 and 2, of Book 1 of the Civil Code,
with whom and in what manner a complaint may be filed,
that the complaint shall be handled by the curator within a period of no more than six weeks,
that an explanation is provided if a complaint is declared unfounded,
if a complaint is declared well-founded, whether and, if so, what consequences the curator attaches thereto;
the options available to the complainant upon the dismissal of the complaint as unfounded.
The trustee shall handle the complaint in accordance with the complaints procedure referred to in the first paragraph.
The curator shall ensure that the complaint is handled by a person other than the person to whom the complaint relates, unless the complaint concerns the curator himself.
Paragraphs 1 through 4 shall apply mutatis mutandis to administrators (bewindvoerders) and mentors, on the understanding that the reference in paragraph 2, subparagraph (a), shall be to Article 432, paragraphs 1 and 2, and Article 451, paragraphs 1 and 2, respectively, of Book 1 of the Civil Code (Burgerlijk Wetboek).
De curator heeft een klachtenregeling en verstrekt deze bij of onverwijld na zijn benoeming aan de onder curatele gestelde.
De klachtenregeling vermeldt ten minste:
dat een klacht kan worden ingediend door degene die gerechtigd is de curatele te verzoeken als bedoeld in artikel 379, eerste en tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek,
bij wie en op welke wijze een klacht kan worden ingediend,
dat de klacht door de curator wordt afgehandeld binnen een termijn van ten hoogste zes weken,
dat een toelichting wordt verstrekt indien een klacht ongegrond wordt verklaard,
indien een klacht gegrond wordt verklaard, of en zo ja welke gevolgen de curator hieraan verbindt;
de mogelijkheden die de klager ter beschikking staan bij ongegrondverklaring van de klacht.
De curator handelt de klacht af in overeenstemming met de klachtenregeling, bedoeld in het eerste lid.
De curator zorgt er voor dat de klacht wordt behandeld door een ander dan degene op wie de klacht betrekking heeft, tenzij de klacht de curator zelf betreft.
Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op bewindvoerders en mentoren, met dien verstande dat in het tweede lid, onderdeel a, wordt gedoeld op artikel 432, eerste en tweede lid, respectievelijk artikel 451, eerste en tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.