Article 37
in forceCONTACT WITH THE OUTSIDE WORLD
The patient has the right to receive visitors for at least one hour per week at times and places established in the house rules. The house rules shall set out regulations regarding the requesting of visits. By or pursuant to an order in council, further rules may be set for institutions with a special designation as referred to in Article 3.3, paragraph 1, of the Forensic Care Act (Wet forensische zorg) regarding the admission and refusal of visits to persons subject to a hospital order (ter beschikking gestelden) and regarding the access of personnel working at that institution with a view to safety within the institution and compliance with the rules laid down by or pursuant to the law.
The head of the institution may limit the number of persons to be admitted to the institution simultaneously, if this is necessary in the interest of maintaining order or safety within the institution.
The head of the institution may refuse the patient admission of visitors or of a specific person or specific persons, each time for a period of no more than four weeks, if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 35, paragraph 3.
The head of the institution may determine that supervision shall be exercised during the visit, if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 35, paragraph 3. This supervision may include listening to or recording the conversation between a visitor and the patient. The patient shall be informed in advance of the nature and the reason for the supervision.
Every visitor must identify themselves in a proper manner upon entry. The head of the institution may determine that a visitor shall be searched for the presence of objects that may pose a danger to the order or safety within the institution. This search may also extend to objects brought in by the visitor. The head of the institution is authorised to take such objects into custody for the duration of the visit against issuance of a receipt, or to hand them over to an investigative officer with a view to the prevention or detection of criminal offences.
The head of the institution may terminate the visit within the allotted time and have the visitor removed from the institution, if this is necessary with a view to an interest as referred to in Article 35, paragraph 3.
The persons and bodies referred to in Article 36, paragraph 1, under (g), (h), and (i), under 2°, shall have access to the patient at all times. The other persons and bodies referred to in that paragraph shall have access to the patient at the times and places established in the house rules. During the visit, they may converse freely with the patient, except in the event that the patient poses a serious danger to the safety of the visitor.
De verpleegde heeft het recht ten minste gedurende een uur per week op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen bezoek te ontvangen. In de huisregels worden regels gesteld omtrent het aanvragen van bezoek. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld aan instellingen met een bijzondere aanwijzing als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, van de Wet forensische zorg over de toelating en weigering van bezoek aan ter beschikking gestelden en over de toegang van personeel werkzaam bij die instelling met het oog op de veiligheid in de instelling en de naleving van de bij of krachtens de wet gegeven regels.
Het hoofd van de instelling kan het aantal tegelijk tot de verpleegde toe te laten personen beperken, indien dit noodzakelijk is in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de instelling.
Het hoofd van de instelling kan de toelating tot de verpleegde van bezoek of van een bepaalde persoon of bepaalde personen telkens voor een periode van ten hoogste vier weken weigeren, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 35, derde lid.
Het hoofd van de instelling kan bepalen dat tijdens het bezoek toezicht wordt uitgeoefend, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 35, derde lid. Dit toezicht kan omvatten het beluisteren of opnemen van het gesprek tussen een bezoeker en de verpleegde. Tevoren wordt aan de verpleegde mededeling gedaan van de aard en de reden van het toezicht.
Iedere bezoeker dient zich bij binnenkomst op deugdelijke wijze te legitimeren. Het hoofd van de instelling kan bepalen dat een bezoeker aan zijn kleding wordt onderzocht op de aanwezigheid van voorwerpen die een gevaar kunnen opleveren voor de orde of de veiligheid in de instelling. Dit onderzoek kan ook betrekking hebben op door de bezoeker meegebrachte voorwerpen. Het hoofd van de instelling is bevoegd dergelijke voorwerpen gedurende de duur van het bezoek onder zich te nemen tegen afgifte van een bewijs van ontvangst dan wel aan een opsporingsambtenaar ter hand te stellen met het oog op de voorkoming of opsporing van strafbare feiten.
Het hoofd van de instelling kan het bezoek binnen de daarvoor bestemde tijd beëindigen en de bezoeker uit de instelling doen verwijderen, indien dit noodzakelijk is met het oog op een belang als bedoeld in artikel 35, derde lid.
De in artikel 36, eerste lid, onder g, h, en i, onder 2°, genoemde personen en instanties hebben te allen tijde toegang tot de verpleegde. De overige in dat lid genoemde personen en instanties hebben toegang tot de verpleegde op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen. Tijdens het bezoek kunnen zij zich vrijelijk met de verpleegde onderhouden, behoudens ingeval van de verpleegde een ernstig gevaar uitgaat voor de veiligheid van de bezoeker.