Article 8a
in forceGelijke behandeling van personen ongeacht hun godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat
It is prohibited to prejudice persons on the ground that they have invoked this Act in or out of court or have provided assistance in that regard.
The fact that a person rejects or passively undergoes the conduct referred to in Article 1a, paragraphs 2 and 3, may not form the basis for a decision affecting that person.
Het is verboden personen te benadelen wegens het feit dat zij in of buiten rechte een beroep hebben gedaan op deze wet of ter zake bijstand hebben verleend.
Het feit dat een persoon het in artikel 1a, tweede en derde lid, bedoelde gedrag afwijst of lijdzaam ondergaat, mag niet ten grondslag liggen aan een beslissing die die persoon treft.