Article 1a
in forceEqual treatment of persons irrespective of their religion, belief, political opinion, race, gender, nationality, heterosexual or homosexual orientation, or marital status · § General provisions
The prohibition of discrimination laid down in this Act also includes a prohibition of harassment and a prohibition of sexual harassment.
Harassment as referred to in the first paragraph shall be understood to mean: conduct related to the characteristics or conduct referred to in Article 1, first paragraph, point (b), which has the purpose or effect of violating the dignity of the person and of creating an intimidating, hostile, degrading, humiliating or offensive environment.
Sexual harassment as referred to in the first paragraph shall be understood to mean: any form of verbal, non-verbal or physical conduct with a sexual connotation that has the purpose or effect of violating the dignity of the person, in particular when creating an intimidating, hostile, degrading, humiliating or offensive environment.
The articles 2, 5, paragraphs two up to and including six, 6a, paragraph two, and 7, paragraphs two and three, do not apply to the prohibition of harassment and sexual harassment laid down in this Act.
Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid houdt mede in een verbod van intimidatie en een verbod van seksuele intimidatie.
Onder intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: gedrag dat met de hoedanigheden of gedragingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, verband houdt en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast en dat een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
Onder seksuele intimidatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van de persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd.
Op het in deze wet neergelegde verbod van intimidatie en van seksuele intimidatie zijn niet van toepassing de artikelen 2, 5, tweede tot en met zesde lid, 6a, tweede lid, en 7, tweede en derde lid.