Article 11:3
in forceCriminalisation and related provisions
Non-compliance with Article 3:2, paragraphs 1 and 4, and Article 3:3, paragraph 2, shall be classified as a criminal offence if a child, while performing work, meets with an accident resulting in serious physical or mental injury or death, or if it is reasonably to be expected that the aforementioned consequences are associated with the performance of work.
In the case of work performed by the persons referred to in Article 5:12, second paragraph, the non-compliance with Articles 5:3, first and second paragraphs, 5:4, first paragraph, 5:5, first and second paragraphs, 5:7, first and second paragraphs, 5:8, first to fifth paragraphs inclusive, seventh and ninth paragraphs, 5:9, first to seventh paragraphs inclusive, 5:14, third paragraph, 5:15, seventh paragraph, 5:16, first paragraph, insofar as the non-compliance with this paragraph of the Article constitutes an offence, as well as – insofar as designated as offences – the regulations pursuant to Articles 2:7, first paragraph, and 5:12, second paragraph, shall be classified as a criminal offence if road safety has been seriously endangered thereby or if it can reasonably be assumed that road safety has been seriously endangered.
In the event that reference is made to the AETR Treaty by or pursuant to this Act, a violation thereof may also be classified as a criminal offence if that treaty is drafted and published in the English language.
Het niet naleven van artikel 3:2, eerste en vierde lid, en 3:3, tweede lid, wordt aangemerkt als een strafbaar feit indien een kind bij het verrichten van arbeid een ongeval overkomt dat ernstig lichamelijk of geestelijk letsel of de dood ten gevolge heeft of indien redelijkerwijs te verwachten is dat de hiervoor genoemde gevolgen aan het verrichten van arbeid zijn verbonden.
Bij arbeid verricht door de in artikel 5:12, tweede lid, bedoelde personen wordt het niet naleven van de artikelen 5:3, eerste en tweede lid, 5:4, eerste lid, 5:5, eerste en tweede lid, 5:7, eerste en tweede lid, 5:8, eerste tot en met vijfde lid, zevende en negende lid, 5:9, eerste tot en met zevende lid, 5:14, derde lid, 5:15, zevende lid, 5:16, eerste lid, voor zover het niet naleven van dit artikellid een overtreding oplevert alsmede – voor zover aangeduid als overtredingen – de voorschriften krachtens de artikelen 2:7, eerste lid, en 5:12, tweede lid, aangemerkt als strafbaar feit, als daardoor de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht.
Ingeval bij of krachtens deze wet wordt verwezen naar het AETR-verdrag, kan overtreding daarvan ook als strafbaar feit worden aangemerkt indien dat verdrag in de Engelse taal is gesteld en bekend gemaakt.