Dutch Legislation

Article 8d

in force

Old-age pension and the supplementary allowance · § The right to old-age pension and supplementary allowance

General Old Age Pensions Act (AOW) · Chapter III · § 1 · In force since 2024-01-01

Source
1.

No entitlement to an old-age pension shall arise for the pension-eligible person if and for as long as he is an outbound traveller.

2.

The right to an old-age pension terminates if the pension beneficiary, after the right to an old-age pension has commenced, is an outbound traveller (uitreiziger).

3.

The person who, pursuant to the first or second paragraph, has no right to an old-age pension, shall have a right to an old-age pension, with due observance of the provisions of this Act, effective from the day on which there is no longer a well-founded suspicion that he is outside the Netherlands for the purpose of joining an organisation as referred to in Article 1, first paragraph, part l.

4.

The pensioner referred to in Article 8, paragraph 1, whose partner is an outbound traveler (uitreiziger), is not entitled to a supplement.

5.

Article 14, paragraph 1, applies mutatis mutandis to the third paragraph.

1.

Voor de pensioengerechtigde ontstaat geen recht op ouderdomspensioen indien en voor zolang hij een uitreiziger is.

2.

Het recht op ouderdomspensioen eindigt, indien de pensioengerechtigde, nadat het recht op ouderdomspensioen is ingegaan, een uitreiziger is.

3.

De persoon die op grond van het eerste of tweede lid geen recht op ouderdomspensioen heeft, heeft met ingang van de dag dat niet langer het gegronde vermoeden bestaat dat hij zich buiten Nederland bevindt met het doel zich aan te sluiten bij een organisatie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, met inachtneming van de bepalingen van deze wet recht op ouderdomspensioen.

4.

Geen recht op toeslag heeft de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van wie de partner een uitreiziger is.

5.

Voor het derde lid is artikel 14, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.