Article 122a
in forceOther provisions
The CAK provides contributions to care providers who suffer a loss of income as a result of providing medically necessary care to:
aliens as referred to in Article 8, parts (f) or (h), of the Aliens Act 2000, insofar as it concerns aliens who are awaiting a decision on an application for the granting of a residence permit as referred to in Article 14 of that Act, or aliens who are awaiting a decision on an objection or an appeal following a decision as referred to above and who are permitted to await the outcome of these proceedings in the Netherlands pursuant to the Aliens Act 2000 or on the basis of a judicial decision, and
aliens as referred to in Article 10 of the Aliens Act 2000.
Medically necessary care shall be understood to mean care or other services as referred to in Article 11 of this Act or in Article 3.1.1 of the Long-term Care Act, with the exception of forms of care or services to be designated by or pursuant to an order in council, and only insofar as the care provider deems the provision thereof medically necessary, given the nature of the services and the expected duration of the alien's stay.
No contribution shall be provided insofar as the costs for the care provided:
may be recovered from the foreign national or an insurer of the foreign national,
may be compensated on the basis of another statutory provision, or
exceed the costs that are eligible for reimbursement through the corresponding application of Article 11, with the proviso that no deduction shall be made for the part of the costs that would be borne by the insured.
If care has been provided which is generally provided to insured persons without a referral or prescription, the contribution shall be:
100% of the costs related to pregnancy and childbirth, and
80% of the costs in the remaining cases, insofar as these costs have not been or cannot be paid pursuant to the third paragraph or should be left out of consideration.
Contributions as referred to in the first paragraph for care other than the care referred to in the fourth paragraph shall be provided for by means of agreements concluded between the CAK and care providers with a view to the provision of such care.
If a care provider is able to provide both care as referred to in the fourth paragraph and care as referred to in the fifth paragraph, an agreement as referred to in the fifth paragraph may also extend to the care referred to in the fourth paragraph, and agreements deviating from the fourth paragraph may be made in that agreement.
The CAK shall annually, before 1 October, submit to Our Minister a budget of the costs of the contributions, as referred to in the first paragraph, for the following calendar year. If, during the year, significant differences arise or threaten to arise between the actual and the budgeted income and expenditure, the CAK shall notify Our Minister thereof without delay, stating the cause of the differences.
The amount available for contributions in a calendar year shall be determined by Our Minister before 1 December of the preceding year.
The amount referred to in the eighth paragraph shall be covered by the State Treasury and shall be separately managed and administered by the CAK.
The care provider who wishes to be eligible for a contribution as referred to in this article shall provide the CAK, or persons designated by the CAK and involved in the implementation of this article, with the data to be determined by ministerial regulation that are necessary to be able to establish the entitlement to and the amount of a contribution, or shall make such data available to them for this purpose for inspection or for the making of copies.
Het CAK verstrekt bijdragen aan zorgaanbieders die inkomsten derven ten gevolge van het verlenen van medisch noodzakelijke zorg aan:
vreemdelingen als bedoeld in artikel 8, onderdelen f of h, van de Vreemdelingenwet 2000, voor zover het betreft vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14 van die wet, dan wel vreemdelingen die in afwachting zijn van een beslissing op een bezwaarschrift of een beroepschrift naar aanleiding van een beslissing als hiervoor bedoeld en deze procedure krachtens de Vreemdelingenwet 2000 of op grond van een rechterlijke beslissing in Nederland mogen afwachten, en
vreemdelingen als bedoeld in artikel 10 van de Vreemdelingenwet 2000.
Onder medisch noodzakelijke zorg wordt verstaan zorg of overige diensten als bedoeld in artikel 11 van deze wet of in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg, met uitzondering van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen vormen van zorg of diensten, en slechts voor zover de zorgaanbieder verstrekking ervan, gezien de aard van de prestaties en de verwachte duur van het verblijf van de vreemdeling, medisch noodzakelijk acht.
Geen bijdrage wordt verstrekt voor zover de kosten voor de verleende zorg:
op de vreemdeling of een verzekeraar van de vreemdeling kunnen worden verhaald,
op grond van een andere wettelijke bepaling kunnen worden vergoed, of
hoger zijn dan de kosten die voor vergoeding in aanmerking komen bij overeenkomstige toepassing van artikel 11, met dien verstande dat geen aftrek plaatsvindt van het deel van de kosten dat voor rekening van de verzekerde zou komen.
Indien zorg is verleend die aan verzekerden doorgaans zonder verwijzing of recept wordt verleend, bedraagt de bijdrage:
100% van de kosten die verband houden met zwangerschap en bevalling, en
80% van de kosten in de overige gevallen, voor zover deze kosten niet op grond van het derde lid zijn of kunnen worden betaald of buiten beschouwing dienen te blijven.
In bijdragen als bedoeld in het eerste lid voor andere zorg dan de zorg, bedoeld in het vierde lid, wordt voorzien door middel van met het oog op verlening van die zorg tussen het CAK en zorgaanbieders gesloten overeenkomsten.
Indien een zorgaanbieder zowel in zorg als bedoeld in het vierde lid als in zorg als bedoeld in het vijfde lid kan voorzien, kan een overeenkomst als bedoeld in het vijfde lid zich tevens uitstrekken over de in het vierde lid bedoelde zorg en kunnen in die overeenkomst van het vierde lid afwijkende afspraken worden gemaakt.
Het CAK zendt jaarlijks voor 1 oktober aan Onze Minister een begroting van de kosten van de bijdragen, bedoeld in het eerste lid, voor het volgende kalenderjaar. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten, doet het CAK daarvan onverwijld mededeling aan Onze Minister, onder vermelding van de oorzaak van de verschillen.
Het voor de bijdragen in een kalenderjaar beschikbare bedrag wordt voor 1 december van het daaraan voorafgaande jaar door Onze Minister vastgesteld.
Het bedrag, bedoeld in het achtste lid, wordt gedekt uit ’s Rijks kas en wordt door het CAK afzonderlijk beheerd en geadministreerd.
De zorgaanbieder die in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage als bedoeld in dit artikel, verstrekt het CAK of door het CAK aangewezen, bij de uitvoering van dit artikel betrokken personen, bij ministeriële regeling te bepalen gegevens die noodzakelijk zijn om het recht op en de omvang van een bijdrage te kunnen vaststellen, dan wel stelt hem deze gegevens voor dit doel voor inzage of het nemen van afschrift ter beschikking.